Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beidende samenzijn" weer een gemeenschapje te laten groeien. Juist in die periode, zo lijkt 't mij wel, is het voor een goede klas niet makkelijk er nieuwebngen bij op te nemen. Is die eenheid eenmaal gevormd ... dan verlaten de leerhngen de school en worden los gelaten in het diffuse studentenleven.

Al die tijd heeft de intieme, de vriendschap van wederkerig uitverkorenen, een grote rol in het leven dezer pubers gespeeld en pas langzamerhand wordt de kring, waarin het kind werkebjk leven kan groter en rijker geschakeerd, minder eenzijdig samengesteld. Dan is dus de afgeslotenheid der kléine gemeenschap eindelijk verbroken en heeft het gemeenschapsgevoel een meer omvattende kracht gekregen.

In de moeibjke periode kan de rol van de leraar vaak beangstigend veel gaan lijken op die van de natuurbjke opvoeders. Daar echter in diezelfde tijd de verhouding tussen ouders en kinderen meestal niet op z'n best is, moet men soms wel eens nillens willens die taak op zich nemen. Vanzelfsprekend doen de verschillende karakters dit verschillend. De een sleept zijn leerhngen mee door de sterke leiding, die van hem uitgaat. Hij heeft een bepaald ideaal van opvoeding, dat hem veelal niet al te doordacht voor den geest staat en dat hij a priori verwezenlijken wil. Hij is leider om zijn ideaal te verwezenlijken, niet om de kinderen te helpen hun eigen- bestemming te ver-

Sluiten