Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vorsatz" en „Absicht" èn door den Minister èn bij pleidooi is geschetst, is het niet gelukt zijn systeem streng door te voeren. Von Liszt (Lehrbuch, 5e druk, blz. 174) erkent dit, waar hij zegt: Absicht in unserm Sinne, also Beweggrund des Handelns; haufig aber auch (so z. B. in StGB. § 266) nichts weiter als die Voraussicht des Erfolgs, mjthin Vorsatz", terwijl Olshausen (Kommentar, 4e druk) niet minder dan zes gevallen telt, waarin „Absicht" en „absichtlich" eigenlijk door „Vorsatz" en „vorsatzlich" moest zijn vervangen.

In tegenstelling met Prof. van Hamel hecht Prof. Simons (Leerboek, le druk, I, blz. 152) geen te groote beteekenis aan het gewild verschil tusschen beide gebezigde uitdrukkingen en acht hij, behalve natuurlijk bij de verspreidingsdelicten, het gemengd gebruik daarvan alleen beïnvloed door de wijze, waarop het strafbaar feit is omschreven. Tot staving dier meening beroept hij zich op de geschiedenis der artt. 102 en 261 Strafr., waaruit blijkt, dat de oorspronkelijke redactie, luidende „met het oogmerk om", werd vervangen door „opzettelijk", zonder dat daarom het karakter van het gevorderd opzet eenige wijziging onderging.

Inderdaad schijnt mij pleiters theorie niet wel houdbaar. Onder „opzet" wil ik met hem verstaan de bewuste richting van den wil op een bepaald misdrijf en onder „oogmerk" de bewuste richting van den wil, die, behalve het misdrijf, het onmiddellijk gevolg daarvan beoogt. Nu is bij sommige delicten de op het misdrijf gerichte wil reeds voldoende (formeel opzet), andere daarentegen eischen materieel opzet. Onder deze laatste nu behoort het misdrijf van „doodslag", omdat de uitdrukking „van het leven berooft" eene zuiver materieele werking aangeeft. Indien het dus niet eene tautologie ware, zou bet artikel evengoed kunnen luiden: „Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft met het oogmerk om hem te dooden". Alsof het voor dit geval geschreven was, mag ik hiervoor een beroep doen op twee plaatsen uit de parlementaire geschiedenis. De eerste (Smidt, le druk, I, blz. 74) beantwoordt eene vraag omtrent de grenzen van het begrip „opzettelijk", waarbij de Minister aanstipt: „Of de wetgever formeel opzet genoegzaam behoort te achten, dan wel materieel opzet (een bepaald oogmerk) behoort te eischen — daaromtrent is geen algemeene regel te geven. Alles hangt af van den aard van het concrete misdrijf. Wel daarentegen is een algemeene regel mogelijk omtrent de wijze waarop hij, bij de omschrijving der. bijzondere misdrijven, hetzij het formeel opzet, hetzij het materieel opzet of oogmerk behoort uit te drukken. Is het noodig b.v. het oogmerk ipsisverbis uitte drukken ? Neen, wanneer het geldt een materieel misdrijf (misdrijf eerst voltooid wanneer de handeling een bepaald gevolg had; bijv. doodslag en moord); immers dan ontleent het woord „opzettelijk" aan het volgende werkwoord of substantief van zelf zijn materieelen inhoud. Als men zegt „hij die opzettelijk een ander van het leven berooft", dan zou het volkomen overtollig, ja ongerijmd zijn er nog bij te voegen „met het oogmerk hem