Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeelende, in overeeristemming met het Nederlandsche taaleigen, heeft aangenomen, dat beklaagde den slag of de slagen toebrengende, welke den dood van v. d. P. hebben veroorzaakt, zulks opzettelijk deed, dat wil zeggen; met den wil, dat de door hem verrichte handeling dit gevolg zoude hebben; — met andere woorden: met den wil gericht op levensberooving;

dat bij een andere opvatting de woorden „met het oogmerk om hem van het leven te berooven", alle beteekenis missen, terwijl opgevat in den zin waarin zij opgevat zijn aan hen alle recht wordt gedaan, wijl toch handelingen, verricht met een bepaald oogmerk, dat wil zeggen ondernomen met de bedoeling daardoor het gestelde doel te bereiken, zich niet anders laten denken dan opzettelijk verricht;

dat mitsdien dit middel niet tot cassatie kan leiden;

Verwerpt het beroep.

W. 9776, Ned. Jur. 1915, bl. 474.

5 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 3 Februari 1913. Schuld.

De uitdrukking gehuld" omvat eene min of meer grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid, onachtzaamheid of nalatigheid.

C. J. P. is requirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 Oct. 1912, waarbij hij in hooger beroep, na vernietiging van een vonnis der Arrond.-Rechtbank te Alkmaar van 9 Juli 1912, is schuldig verklaard aan: „het aan zijn schuld den dood van een ander te wijten hebben, gepleegd in de uitoefening van het beroep van chauffeur" en deswege, mèt toepassing der artt. 307 en 309 Strafr., 1, 2 en 15 van de Motor- en Rijwielwet, 1, 2 en 3 van het Motor- en Rijwiel-Reglement is veroordeeld.

De Hooge Raad enz.;

Gelet op het middel van cassatie, namens den requirant voorgesteld bij memorie:

Schending althans verkeerde toepassing der artt. 211, 216, 221 Strafv. en art. 307 Strafr.;

Overwegende dat bij inleidende dagvaarding aan den requirant ten laste is gelegd, dat bij te Heiloo op 9 Mei 1912, toen bij op den Rijksstraatweg — die is een rijweg welke voor het openbaar verkeer openstaat, en waartoe behoort een verhard voetpad, dat gelegen is langs het bestrate rijvlak van dien weg aan de rechterzijde daarvan — beschouwd in de