Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richting van de kom van dat dorp naar de gemeente Alkmaar, reed met een 4 wielig onder eigen mechanische kracht op het voertuig zelf aanwezig, anders dan langs spoorstaven voortbewogen, motorrijtuig, wegende 1600 K.G. met nog drie andere volwassen personen daarin, en dat door hem als chauffeur bestuurd werd, in de richting van Heiloo naar Alkmaar, door, toen bij een met een bond bespannen en door J. B. bestuurden of geleiden scharenslijperswagen achterop reed, welken hij wenschte voorbij te halen, geen geluidsignalen gevende, met een snelheid van veel meer dan 40 K.M. in het uur, althans met een zoodanige snelheid dat het niet mogeüjk was, die automobiel plotseling op de plaats te doen stilstaan, zonder te remmen, voldoende vaart te minderen of te stoppen, het ingehaald wordende voertuig aan de rechterzijde daarvan voorbij te rijden, en door evenmin — aannemende dat hij zag dat de scharenslijperswagen, die midden op den weg, of links daarop reed naar rechts week en dat de bedoelde B. zijn plaats op de rechterzijde daarvan verliet, zoodat hij rechts naast zijn wagen kwam te gaan, — te remmen, voldoende vaart te minderen, te stoppen of alsnog naar de linkerzijde van den weg over te gaan, oorzaak is geweest, dat door die verregaande roekelooze, onbesuisde en door de Motor- en Rijwielwet en het Motor- en Rijwielreglement verboden handelwijze, gezegde B. door tengevolge van aanrijding in aanraking te komen met het Motorrijtuig van hem, beklaagde, heeft gekregen zoodanige breuken in zijn schedeldak en verder hoofd-beendergestel en zoodanige klievingen van zijn hersenmassa, dat hij, B., dientengevolge eenige oogenblikken later is komen te overlijden;

O. dat het Hof van dit ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen heeft verklaard, met beklaagdes schuld daaraan, dat hij te Heiloo op 9 Mei 1912, toen hij op den Rijksstraatweg, — die is een rijweg welke voor het openbaar verkeer openstaat, en waartoe behoort een verhard voetpad, dat gelegen is langs het bestrate rijvlak van dien weg aan de rechterzijde daarvan, — beschouwd in de richting van de kom van dat dorp naar de gemeente Alkmaar, reed met een 4 wielig onder eigen mechanische kracht, op het voertuig zelf aanwezig anders dan langs spoorstaven voortbewogen motorrijtuig, wegende 1600 KG., met nog drie andere personen daarin, en dat door hem als chauffeur bestuurd werd, in de richting van Heiloo naar Alkmaar — door — toen hij een met een hond bespannen en door J. B. bestuurden scharenslijperswagen achterop reed, welken hij wenschte voorbij te halen, met een snelheid van meer dan 40 K.M. in het uur, zonder te remmen, of voldoende vaart te minderen, — het ingehaald wordende voertuig aan de rechterzijde daarvan voorbij te rijden, oorzaak is geweest, dat door die verregaande roekelooze, onbesuisde en door de Motor- en Rijwielwet en het Motor- en Rijwielreglement verboden handelwijze, gezegde B. door tengevolge van aanrijding in aanraking te komen met het motorrijtuig van hem, beklaagde, heeft gekregen zoodanige breuken in zijn schedeldak en verder hoofdbeendergestel en