Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen medehelpen om haar nog te versterken in de opvatting, dat er aan de waarschuwing niet veel beteekenis behoefde te worden gehecht;

O. dat, nu dus het Hof niet uitgesloten acht, dat getuige P. de gevaarlijkheid van de slagkwikpijpjes als ontplofbaar gekend heeft, maar evenmin, dat zij die als onschadelijke voorwerpen heeft beschouwd, in dezen de regel zal moeten gelden, dat twijfel omtrent eene de einduitspraak beheerschende omstandigheid die einduitspraak ten gunste van den beklaagde zal moeten doen uitvallen; K%

O. dat, waar aldus dan niet is komen vast te staan, dat de meervermelde handeling van getuige P. met betrekking tot de causaliteit van de ontploffing zonder overwegende beteekenis was, niet wettig en overtuigend bewezen is, hetgeen aan appellant is te laste gelegd, meer in het bijzonder niet, dat de in de telastelegging omschreven ontploffing het gevolg — dat is het onmiddellijk en dadelijk gevolg — is geweest van het medebrengen door appellant naar zijne kamers en het laten liggen aldaar en zelfs achterlaten, toen appellant die kamers voor goed verliet, van een of meer slagkwikpijpjes;

O. dat dus het vonnis van den Krijgsraad, waarvan appèl, niet in stand kan blijven, zijnde appellant daarmede bezwaard;

Gezien, behalve de in het vonnis genoemde wetsartikelen, de artt. 193, 209 en volgende der Rechtspleging bij de Landmacht en 55 van 's Hofs Provisioneele Instructie;

Recht doende in hooger beroep:

Doet te niet het vonnis, door den Krijgsraad in het eerste Militaire Arrondissement, hoofdplaats 's-Gravenhage, op 2 Sept. 1920, ten laste van appellant gewezen;

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, hetgeen aan appellant is te laste gelegd, meer in het bijzonder niet. dat de in de telastelegging omschreven ontploffing het gevolg is geweest van het medebrengen door appellant naar zijne kamers en het laten liggen aldaar en zelfs achterlaten, toen appellant die kamers voor goed verliet, van een of meer slagkwikpijpjes;

Spreekt appellant vrij;

Laat aan den commandeerende-officier van appellant's korps ter beoordeeling, of appellant krijgstuchtelijk behoort te worden gestraft ter zake van het gedurende maanden open en bloot laten liggen van slagkwikpijpjes, afkomstig uit de handgranatenschool, waaraan appellant verbonden was, in eene door hem bewoonde kamer in een particulier huis;

Ontzegt allen anderen eisch.

W. 10685. Ned. Jur. 1921, bl. 327.