Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar Mr. van A. aan te randen, in het te Haarlem en elders in Nederland verspreide nummer 3,19e jaargang van 19 Jan. 1922 van „de Auto", Officieel Orgaan van de Koninklijke Nederlandsche Automobielclub, geïllustreerd weekblad voor automobilisten, aan welk blad bij, beklaagde destijds verbonden was als rechtskundig redacteur, in de rechtskundige rubriek een door hem, beklaagde, geschreven artikel onder het opschrift: „van acrobatiek uitoefenende wielrijders en een automobiel vretende Ambtenaar O. M.", te doen plaatsen en op die wijze openbaar te maken, hebbende hij, beklaagde, bovendien van uit Haarlem door tusschenkomst van de administratie der Nederlandsche posterijen aan gemelden Mr. van A. een exemplaar van gemeld nummer doen toezenden, welk exemplaar en artikel op of omstreeks 20 Jan. 1922 in handen en ter kennis van gemelden geadresseerde van A. is gekomen, in welk artikel, nevens genoemd beleedigend opschrift, onder meer de navolgende voor genoemden Ambtenaar Mr. van A. beleedigende gedeelten voorkwamen.

Eerstens: „Dat verschrikkelijke gevaar midden in de stad veroorzaakt door dolle automobilisten", bestaat slechts in het autokranke brein van genoemden Ambtenaar O. M. (zijnde met dien Ambtenaar O. M., blijkens het voorafgaande, de ter terechtzitting requisitoir nemende Ambtenaar O. M. Mr. van A. bedoeld).

Vervolgens: De Heer van A., Ambtenaar O. M., requireert — ik zou haast zeggen, natuurlijk — principale hechtenis tegen den beklaagde. Maar denk alsjeblieft niet, dat bij er ook maar met een woord op wees, dat de aangereden stakker een breed en vrij voetpad tot zijn beschikking had, en, temeer wegens zijn doofheid, verstandig gedaan zou hebben om daarvan gebruik te maken. Daar heeft gezegde functionaris natuurlijk nog niet eens aan gedacht. Voor dergelijke gezonde gedachten is in autophage hersenen uiteraard zelfs geen plaats. Zeker, ik zal niet ontkennen, dat er onder de automobilisten individuen zijn, die het praedicaat „dol" inderdaad verdienen, maar heeft men die niet onder alle categorieën van personen, ook onder de ambtenaren van het O. M. ? ? ? Er zijn autobestuurders, gelukkig zeldzaam, die achter het stuur gezeten, en een doel voor oogen, niet naar Links of rechts kijken, doch maar doorrazen, beneveld door snelheidswaanzin, maar er zijn ook ambtenaren O. M., gelukkig zeldzaam, die, achter de groene tafel gezeten en autobestuurders voor oogen hebbend, niet naar links of rechts kijken, doch doorrazen beneveld door mania autophobia. En met zoo'n functionaris zitten wij. in Utrecht opgescheept.;

O. dat bij het in hooger beroep bevestigde vonnis — met qualificatie en strafoplegging als voormeld — het aan requirant bij dagvaarding ten laste gelegde, met zijn schuld daaraan, wettig en overtuigend bewezen is verklaard, met dien verstande dat het feit omstreeks 19 Jan. 1922 is gepleegd en exemplaar en artikel omstreeks 20 Jan. 1922 in handen en ter kennis van gemelden geadresseerde zijn gekomen;