Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zedelijke Verbetering" en van het vonnis van den Politierechter voor zoover de opgelegde straf betreft en dat de Hooge Raad, recht doende ten principale, den beklaagde zal veroordeelen tot gevangenisstraf van twee maanden, met bevel, dat de straf niet zal worden ondergaan, tenzij de Hooge Raad later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich binnen een proeftijd, te bepalen op drie jaren, opnieuw aan een strafbaar feit mocht hebben schuldig gemaakt, of gedurende den proeftijd na te noemen bijzondere voorwaarde niet mocht naleven, voorts als bijzondere voorwaarde zal stellen, dat veroordeelde zich stelle onder toezicht van de afdeeling Leeuwarden van het Genootschap tot Zedelijke Verbetering van Gevangenen, met opdracht aan. genoemde afdeeling, aan den veroordeelde ter zake van de naleving der bijzondere voorwaarde, hulp en steun te verkenen.

De Hooge Raad, enz.;

Gelet op het middel van cassatie, door den requirant voorgesteld bij memorie: zie conclusie adv.-gen.;

Overwegende, dat het cassatiemiddel gegrond is, daar zich hier niet voordoet een geval, waarin de wet het stellen van een andere bijzondere voorwaarde dan in art. 14c, eerste lid, Strafr. genoemd toestaat, zoodat het arrest in zooverre niet in stand kan blijven;

Vernietigt het bestreden arrest, doch alleen voor zoover betreft het stellen van voormelde bijzondere voorwaarde, de bepaling omtrent de niet-naleving daarvan en het opgedragen toezicht;

Verwerpt voor het overige het beroep.

W. 11261. Ned. Jur. 1924, bl. 1074.,

18 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 20 November 1922.

Art. 14h W. v. Str.

De Rechtbank, bij wie door het Openbaar Ministerie eene vordering wordt ingediend, bedoeld in art. 14h Sr. kan of last geven tot tenuitvoerlegging der voorwaardelijk opgelegde straf, of wel bepalen, dat den veroordeelde eene waarschuwing zal worden toegediend, doch niet zonder het een of het ander te doen, den veroordeelde voor het eerst eene bijzondere voorwaarde opleggen.

De Procureur-Generaal bij den Hoogen Raad, in het belang der wet,