Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit middel, voor zoover het niet feitelijken grondslag mist, niet tot cassatie kan leiden; Verwerpt het beroep.

W. 11302. Ned. Jur. 1925, bl. 169.

22 HOOG MILITAIR GERECHTSHOF.

Zitting van 29 April 1932.

Art. 37 W. v. Str.

Degene, die delicten begaat in een door eigen onvoorzichtigheid ontstane roes, is daarvoor aansprakelijk.

De Auditeur-Militair bij den Krijgsraad te 's-Hertogenbosch tegen:

P.G.

Het Hoog Militair Gerechtshof;

O. dat aan beklaagde aan den voet van het hem op 8 Maart 1932 beteekende schriftelijk bevel tot het bijeenkomen van den Krijgsraad is te laste gelegd, dat hij op of omstreeks 21 Nov. 1931 te 's-Gravenhage opzettelijk den agent van politie, tevens buitengewoon veldwachter dier gemeente, M. Vlaardingerbroek, terwijl deze zich bevond op een binnenplaats, behoorende bij het danslokaal Palermo, waar hij op verzoek van den portier dier inrichting assistentie vërieenen zou tegen beklaagde, die lastig was voor de overige bezoekers van meerbedoelde inrichting, heeft mishandeld door hem eenige malen zoodanig in het aangezicht te slaan, dat die ambtenaar pijnlijk werd aangedaan en aan zijn oor verwond werd;

O. dat de Krijgsraad bij zijn vonnis van 22 Maart 1932 het aan beklaagde te laste gelegde wettig en overtuigend bewezen heeft verklaard, met zijne schuld daaraan; het aldus bewezen verklaarde heeft gequalificeerd als: „mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening zijner bediening", doch den beklaagde niet strafbaar heeft verklaard, als hebbende hij het feit begaan, terwijl hem dat wegens de ziekelijke storing zijner geestvermogens niet kon worden toegerekend, en hem mitsdien van het hem te laste gelegde heeft vrijgesproken; ' ■■ ■

O. dat het onderzoek in hooger beroep het Hof, wat betreft de bewezenverklaring en de qualificatie van het bewezenverklaarde, tot geene andere beschouwingen dan die des eersten rechters heeft geleid