Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaakt was een beroep te doen op de weldadigheid harer medemenschen, ten einde door liefdegaven in haar onderhoud te kunnen voorzien, en Zij mitsdien mag geacht worden tot het begaan van dit feit door overmacht te zijn gedwongen, doch dat voor deze beslissing geen andere gronden zijn aangevoerd, dan dat de gereq. „oud 75 jaren, gebrekkig is, niet door werken in haar onderhoud kan voorzien en het haar door het armbestuur verstrekte onderhoud slechts ƒ 0.50 per week bedraagt";

O. dat hierin kan liggen opgesloten, dat door het armbestuur aan eene bejaarde, gebrekkige en tot werken niet meer bekwame vrouw een geheel onvoldoende onderstand was toegelegd, voor zoover zij hetzij van haar zelve, hetzij door familie of andere betrekkingen geene andere hulpmiddelen bezat: maar dat daardoor niets was bewezen van hetgeen voor de toepassing van art. 40 Strafrecht vereischt wordt, dat namelijk het bewezen feit, dat gereq. op 15 Febr. 1887 aan de woning van H. M. te Veendam had gebedeld, had plaats gehad onder den invloed van een drang of kracht, waaraan de gereq. op dat tijdstip geen weerstand had kunnen bieden;

O. dat het beklaagde vonnis derhalve niet naar den eisch der wet met redenen omkleed is en wegens schending van de artt. 221 en 223 Strafvord. in verband met art. 40 Strafrecht moet worden vernietigd;

Vernietigt het vonnis door de Arrond.-Rechtbank te Winschoten op den 25 Maart 1887 op de vordering van den offcier van justitie gewezen, doch alleen voor zooveel de gereq. betreft;

Recht doende krachtens art. 106 R. O. en art. 370 Strafvord.:

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden;

Behoudt de uitspraak omtrent de kosten, in cassatie gevallen, voor tot de eindbeslissing.

W. 5449.

24 HOOG MILITAIR GERECHTSHOF.

Sententie van 26 November 1915.

Art. 40 W. v. Str.

De officier van gezondheid, tengevolge van een hem gegeven order, gesteld voor de keuze zijn eed als geneeskundige te schenden of aan een strafbaar feit — dienstweigering — zich schuldig te maken en het tweede gekozen hebbend, kan met grond een beroep doen op overmacht in den vorm van uit een conflict van rechtsplichten voortvloeienden nood-toestand.

C. M. B., Officier van gezondheid le klasse bij de Koninklijke Marine, appellant.