Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 26 Juni 1916.

Art. 40 W. v. Str.

Een uit eigen opvattingen omtrent de zedelijke en maatschappelijke waarde van wettelijke instellingen en voorschriften voortspruitende drang is terecht niet als overmacht in den zin van art. 40 Swb. aangemerkt.

M. H., predikant, is requirant van cassatie tegen een te zijnen laste gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van den 5en April 1916, waarbij hij in hooger beroep, na vernietiging van een vonnis der Arrond.-Rechtbank te Alkmaar dd. 1 Febr. 1916, als schuldig aan: 1°. „in het openbaar bij geschrifte tot eenig strafbaar feit opruien", en 2°. „een geschrift waarin tot eenig strafbaar feit wordt opgeruid, met het oogmerk om aan den opruienden inhoud ruchtbaarheid te geven, verspreiden", met toepassing der artt. 131, 132, 57 en 23 Strafr., is veroordeeld met verwerping van beklaagdes beroep op overmacht.

De adv.-gen. Ledeboer heeft de volgende conclusie genomen: . Edele Hoog Achtbare Heerenl

Bij pleidooi zijn voorgesteld de navolgende cassatiemiddelen:

„P. Schending, althans verkeerde toepassing van artt. 131 en 132 Strafr. door als opruiend te beschouwen een manifest dat blijkens zijn inhoud slechts is eene getuigenis.

„2°. Schending, althans verkeerde toepassing van dezelfde artikelen en tevens van art. 95 van het Crimineel Wetboek voor het Krijgsvolk te lande, door te beslissen, dat de in het manifest bedoelde dienstweigering „eenig strafbaar feit" zou wezen en Zou vallen onder genoemd artikel van het Crimineel Wetboek voor het Krijgsvolk te lande.

„3°. Schending, althans verkeerde toepassing van art. 40 Strafr., door te beslissen, dat een innerlijke drang tot handelen, zonder meer, niet is overmacht in den zin der wet."

Blijkens de toelichting van het eerste middel bij pleidooi wordt het opruiend karakter van het manifest daarbij betwist op grond dat het kenmerk van opruien zou zijn, dat daarmede steeds getracht wordt haat en verachting bij anderen wakker te roepen en de slechte hartstochten te ontketenen, in één woord, dat daarvan slechts sprake zou kunnen zijn, bij Opwekking tot minderwaardige gevoelens of daden, terwijl in