Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat in deze aanprijzing in een tot het Nederlandsche volk gericht manifest van persoonlijke dienstweigering als een middel tot het bereiken van het door hen vooropgesteld doel, noodwendig ligt opgesloten de opzettelijke opwekking om dat middel daartoe aan te wenden;

dat deze strekking van het manifest bovenal in een helder licht wordt gesteld door de woorden, aan het slot daarvan opgenomen, waarin dienstweigering, door zoovelen mogelijk, als een begeerlijk resultaat wordt voorgesteld;

dat daarom te eerder mag worden aangenomen — en door het Hof aangenomen wordt — dat ook de lezers van het manifest de voorschreven strekking daarvan hebben begrepen;

dat het Hof, na op deze wijze feitelijk en dus in cassatie onaantastbaar te hebben beslist, dat het manifest strekte om op te wekken tot persoonlijke dienstweigering, terecht heeft beslist, dat door dat manifest tot zoodanige dienstweigering werd opgeruid, terwijl de bij de toelichting tot het middel verdedigde eisch, dat bij opruiing gebruik zij gemaakt van heftige, de hartstochten opwekkende taal, in tegenstelling tot de bezadigde termen, waarin het manifest is gesteld, niet in de wet is gesteld en evenmin door de taalkundige beteekenis der woorden „opruien tot eenig strafbaar feit" wordt geboden;

dat het eerste middel dus is ongegrond;

O. dat bij de toelichting van het tweede middel is betoogd, dat het manifest, blijkens de woorden „elke persoonlijke rechtstreeksche deelname" en „elke persoonlijke geweldsdaad in dienst van het militairisme'' alleen het oog heeft op dienstweigering als beginsel, hetgeen iets anders Zou zijn dan de in art. 95 van het Crimineel Wetboek voor het Krijgsvolk te lande bedoelde weigering om te voldoen aan een bepaalde order van de superieuren;

dat echter — daargelaten nog dat principieele dienstweigering in uitvoering ten slotte moet neerkomen op weigering of opzettelijke nalating der door de hooger geplaatsten gegeven bevelen — in het arrest feitelijk is beslist, dat requirant in militairen dienst opgeroepen of op te roepen personen heeft opgewekt om in dien dienst te weigeren en opzettelijk na te laten de orders van degenen, die boven hen zijn gesteld, te gehoorzamen, en van het manifest, waarin tot bovenomschreven feit werd opgewekt, een aantal exemplaren heeft verspreid;

dat, waar nu art. 95 voornoemd straf bedreigt tegen den militair, die in eene affaire tegen den vijand, of in eene plaats welke dadelijk belegerd of berend is, of in andere gelegenheden opzettelijk nalaat — waartoe het Hof terecht ook brengt het „weigeren" indien het anders dan uitdrukkelijk geschiedt — de orders van dengenen die boven hem is gesteld, te gehoorzamen of na te komen, requirant inderdaad tot het in dat artikel bedoelde strafbare feit heeft opgeruid, zoodat ook dit middel niet tot cassatie kan leiden;