Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in aanmerking nemend, dit terecht niet als een gegrond beroep op noodweer heeft aangemerkt, en zijne overweging daaromtrent is juist, terwijl het Hof deze beslissing, zonder art. 41 Sr. te schenden, heeft kunnen bevestigen;

dat dus het middel is ongegrond;

Verwerpt het beroep.

Ned. Jur. 1932 bl. 617.

31 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 26 Juni 1899.

Art. 42 W. v. Str.

De uitdrukking „wettelijk voorschrift' in art, 184 Strafr. en waar zij elders in dat wetboek voorkomt, omvat niet bij uitsluiting voorschriften der rijkswet en van ter verplichte aanvulling der rijkswet uitgevaardigde verordeningen.

Onder die uitdrukking zijn mede begrepen alle voorschriften, ook buiten die der rijkswet, bevoegdelijk uitgegaan van eenige macht, aan welke bij de grondwet of de wet wetgevend vermogen is toegekend, bepaaldelijk de voorschriften van verordeningen, door den gemeenteraad krachtens art. 135 der gemeentewet vastgesteld.

H. V., is requirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 16 Maart 1899, waarbij op het hooger beroep, ingesteld door den req. en door den Officier van Justitie bij de Arrond.-Rechtbank te Zwolle, van het vonnis dezer Rechtbank van 19 Jan. 1899, dit vonnis is bevestigd, bij hetwelk de req. is verklaard schuldig aan: „het opzettelijk eene handeling door een ambtenaar met de uitoefening van eenig toezicht belast ter uitvoering van eenig wettelijk voorschrift, ondernomen, belemmeren".

De adv.-gen. Patijn heeft de volgende conclusie genomen: Edele Hoog Achtbare Heerenl

Aan den req. in deze was ten laste gelegd, dat hij te Zwolle aan de Vischmarkt den keurmeester M. M. P., die door beklaagde's zoon in een beugelnet aangevoerde visch, ter uitvoering van art. 41 der Algemeene Politie-verordening van Zwolle wilde keuren en daartoe openen zoude, opzettelijk daarin heeft belemmerd, door dat net met visch met beide handen onder den uitroep „dat zal nooit gebeuren" aan té