Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Zaterdag 29 April) niet was voltrokken, op Maandag d. a. v. op de huwelijksvoltrekking aangedrongen en gedreigd zich over den ambtenaar, die aan zijn verlangen geen gevolg wilde geven, te zullen beklagen, indien hij niet tot die voltrekking wilde overgaan.

Het Hof zag in die feiten, zooals ik reeds zeide, poging tot het misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij art. 237 8e alinea Strafrecht en de nu-req. acht door die beslissing genoemd artikel j° art. 45 van datzelfde Wetboek en van de artt. 44,85,105, 112, 113, 114 en volgende, 126, 131,133 en 135 B. W. geschonden of verkeerd toegepast.

Ik acht bet ter beoordeeling van dit middel overbodig in het breede uit te weiden over het zeer uiteenloopend gevoelen van verschillende schrijvers; ik verwijs daartoe naar de reeds in het vonnis der Rechtbank genoemde, naar die bij Olshausen vermelden, naar de dissertatie van Mr. H. W. F. Struben, over Bigamie (Leiden 1880) en, wat de jurisprudentie betreft, naar eene uitspraak van de Strafsenat in Duitschland van 15 Oct. 1883 (Entscheid. R. G. EX bl. 84) naar een arrest van het Hof van Cassatie in Frankrijk van 28 Juli 1826 (zie Dalloz voce Bigamie, n°. 19).

Het zij genoeg in 't kort de gronden mede te deelen, waarom ik ten slotte gemeend heb de door mij gestelde vraag ontkennend te moeten beantwoorden.

Gaat m. i. zooals ik reeds opmerkte Halschner te ver, wanneer hij reeds in het laten doen van de afkondigingen van het voorgenomen huwelijk een begin van uitvoering ziet — in het andere uiterste vervalt m. i. de beslissing van het Reichsgericht, wanneer het zelfs in het verschijnen van partijen voor den Ambtenaar van den B. S. met medebrenging van de bij de wet gevorderde getuigen om tot de voltrekking van het huwelijk over te gaan geen poging tot bigamie ziet. Juist daarentegen komt mij voor hetgeen Chauveau en Hélie (ad art. 340 C. P. 2930) leeren: „si au moment oü cette célébration est commencée quelque événement fortuit amène la découverte de la fraude, il est impossible de ne pas reconnaitre les deux éléments de la tentative légale; le commencement d'exécution du crime et sa suppression produite par des circonstances indépendantes de la volonté de son auteur".

Wanneer toch de persoon, die het huwelijk wil aangaan, zich met de aanstaande echtgenoot ten bureele van den Ambtenaar van den B. S. heeft vervoegd om door dezen het huwelijk te doen voltrekken, dan heeft hij zijnerzijds alles gedaan wat voor de voltrekking van dat huwelijk noodig was; — dan is hij willens en wetens zóó ver gegaan als hij doen kon om het bij hem bestaande voornemen tot uitvoering te doen komen, en doet zich dan eene omstandigheid voor, die — onafhankelijk van zijn wil — de voltrekking van het huwelijk onmogelijk maakt, dan zijn m.i. alle elementen voor strafbare poging tot het misdrijf van bigamie aanwezig.

De verschijning voor den ambtenaar van den B. S. van de twee per-