Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en voorbedachtelijk, eene hoeveelheid koper, bestaande uit een elftal centen en een twee en halve centstuk, drie koperen plaatjes (zoogenaamde betaalpenningen) en een stuk koper, gezamenlijk ter zwaarte van circa 63 gram in een bruin steenen trekpot te doen, dat gedurende voormeld tijdsverloop steeds nacht en dag daarin te laten liggen en dagelijks gedurende dat tijdsverloop die hoeveelheid koper in dien trekpot op warm water te doen trekken tegelijk met een medicijn „sassafras" en van dien aldus door haar verkregen drank haren voornoemden echtgenoot, van wien zij wist, dat zijne gezondheid door eene jarenlange ziekte in hooge mate was ondermijnd, en dat bij o.a. aan het hart leed, circa zes theekoppen per dag en ten slotte op 5 Jan. 1906 nog kort voor de hierna gemelde komst der Justitie een kop toe te dienen, in welken aldus door haar toegedienden, en door haren echtgenoot genuttigden, drank door haar voorschreven misdadigen toeleg allengs althans ten slotte op voormelden 5 Jan. 1906 koperoxyde (cupricum oxidum), zijnde vergif voor den mensch, althans eenige andere koperverbinding was ontstaan; — alsmede hem een of meermalen gedurende voormeld tijdsverloop warm bier, op centen door haar getrokken, toe te dienen, zijnde echter de uitvoering van haar voorschreven voorgenomen misdrijf niet voltooid, alleen ten gevolge van de van haar wil onafhankelijke omstandigheden, dat voorschreven drank tot op 5 Jan. 1906 niet zulk eene hoeveelheid kopervergif of zoodanige kopervergif of zoodanige koperverbinding bevatte, die den dood van haren echtgenoot kon veroorzaken, en beklaagde in de verdere toediening van op bovenomschreven wijze door haar verkregen drank aan haren echtgenoot is gestuit door de komst in den morgen van laatstgenoemden datum van de Justitie ten haren huize, hare onmiddellijk daarop gevolgde arrestatie ter zake van voormelde feiten en de gelijktijdige inbeslagname van voormelden trekpot, waarin op dat oogenblik op de kachel in hare huiskamer drank als bovenomschreven op voormelde hoeveelheid koper stond te trekken — althans dat zij gedurende voormeld tijdsverloop en ter plaatse als voormeld gepoogd heeft opzettelijk en met voorbedachten rade haren voornoemden echtgenoot zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door ter uitvoering van baar voornemen daartoe opzettelijk en voorbedachtelijk de feiten te plegen, als hierboven omschreven, zulks met het oogmerk hem, van wien zij wist dat zijne gezondheid door eene jarenlange ziekte reeds in hooge mate was ondermijnd, en dat hij o.a. aan het hart leed, zoo ziek te maken, dat hij zijne bovenkamer niet zoude kunnen verlaten, zijnde echter de uitvoering van haar voorgenomen misdrijf niet voltooid, alleen ten gevolge van de van haar wil onafhankelijke omstandigheden als hierboven uiteengezet";

Gelet op het middel van cassatie, voorgesteld bij memorie, luidende: schending door niet-toepassing van de artt. 289, 302, 303, 304, 1°. in verband met art. 45 Strafr.;