Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijke omstandigheid niet is voltooid, hebbende rdj toch door het paard los te laten en over de grens te vluchten, duidelijk getoond dat hij zijn voornemen om het paard uit te voeren prijsgaf, en in de tweede plaats: dat de met-voltooiing van het misdrijf niet „alleen" het gevolg is geweest van de in de telastelegging omschreven omstandigheid daar Zij mede haar oorzaak vond in het zich omdraaien en wegloopen van het paard;

O., wat eerstgemelde bewering betreft dat de Rechtbank — als bewezen aannemende, dat de door requirant voorgenomen uitvoer niet is voltooid doordien hij nog op Nederlandsen gebied met het paard hetwelk hij bezig was uit te voeren, door een soldaat der grenswacht werd betrapt en aangeroepen om halt te houden en door dien soldaat een schot werd gelost, — hierin terecht heeft gezien eene van zijn wil onafhankelijke omstandigheid in den zin door art. 45 Sr. aan die uitdrukking gehecht;

dat het toch voor de toepassing dezer bepaling onvers<-hillig is, of de bedoelde omstandigheid rechtstreeks dan wel middellijk door inwerking op des daders geest, de voltooiing verhindert, en zij diens strafbaarheid slechts uitsluit voor het ten dezen niet aanwezige geval, dat hij vrijwillig — dat wil zeggen niet door de omstandigheden gedwongen — is teruggetreden of welTSfvoor de voltooiing van het misdrijf noodzakelijke gevolg der handeling heeft afgewend;

O., met betrekking tot de tweede grief, dat — daargelaten dat zij afstuit op de in cassatie onaantastbare beslissing, dat alleen de bij dagvaarding genoemde omstandigheden de voltooiing van het misdrijf hebben verhinderd — het feit dat naast de ten laste gelegde en bewezen verklaarde wellicht nog andere van des daders wil evenzeer onafhankelijke omstandigheden, te weten het door den requirant genoemde zich omdraaien en wegloopen van het paard, de voltooiing van het door hem voorgenomen misdrijf verhinderden, aan de juistheid der gegeven beslissing niet in den weg staat;

O., dat de beide bij het middel ontwikkelde grieven alzoo ongegrond zijn;

Verwerpt het beroep.

N. J. 1916, blz. 168.

36 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting Van 28 Juni 1920. Art. 45 W. v. Str. Voorbereidingshandeling of begin van uitvoering. N. J. H. R., requirant van cassatie tegen een te zijnen laste gewezen