Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S. en B., tijdens deze in meervermelde dienstverhouding tot hem stonden, den last gaf de cokes weg te nemen, te brengen in den foyer en daar op te stoken, terwijl ieder dier getuigen verklaarde, dat hij de cokes wegnam omdat de requirant hem daartoe den last gaf en het hem zijne betrekking zou kosten indien hij weigerde;

dat derhalve, met het oog op deze feitelijke gegevens, het Hof terecht aannam dat de requirant tot het uitlokken van den diefstal, in den zin van art. 47, 2°, Strafr., misbruik heeft gemaakt van zijn gezag, en met juiste toepassing onder andere van de in het middel genoemde artikelen, den requirant te dier zake heeft veroordeeld;

dat dus dit middel is ongegrond; ('■

Verwerpt het beroep.

W. 10723.

44 HOOGE RAAD DER NEDERLADEN.

Zitting van 14 November 1921.

Art. 47 W. v. Str.

Mede-daderschap bij met-opzettelijk gepleegde misdrijven is aanwezig, wanneer de door elk der beklaagden gepleegde verzuimen te zamen het door de wet niet gewilde gevolg hebben teweeggebracht. Eene rechtstreeksche of bewuste samenwerking wordt daartoe niet • vereischt.

B. te B. is requirant van cassatie tegen een te zijnen laste gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem, van den 12en Mei 1921, waarbij in hooger beroep, met uitzondering van de opgelegde straf, is bevestigd een vonnis der Arrond.-Rechtbank te Almelo, van den 22en Febr. 1921, bij hetwelk de requirant wegens het aan zijne schuld te wijten hebben, dat gevaar ontstaat voor het verkeer door stoomvermogen over een spoorweg, terwijl zulks iemands dood ten gevolge heeft, met toepassing van de artt. 14a, 146 en 165 Strafr., was veroordeeld.

Uit de conclusie van den adv.-gen. Besier:

Edele Hoog Achtbare Heerenl Als tweede middel is aangevoerd:

„Schending door verkeerde toepassing van de artt. 47 en 165 Swb., 211, 221, 223 Strafv., doordat het Hof, vaststellend dat het door elk der beklaagden beweerdelijk begaan verzuim nimmer op zich zelf het