Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inlichtingen door hem' is uitgevoerd, strafbare medeplichtigheid aan dat misdrijf daarstelt**?

dat voor de bevestigende beantwoording van deze vraag in hoofdzaak is aangevoerd dat de wet twee soorten van medeplichtigheid kent; de eerste die bestaat in hulp die met het misdrijf gepaard gaat — art. 48, 1°., Strafrecht — en de tweede die bestaat in hulp, die aan het misdrijf voorafgaat — art. 48, 2°., Strafrecht—; dat wat betreft de laatst genoemde hulp deze niet noodzakelijk een misdrijf moet raken, waartoe reeds het opzet bij den dader tijdens de hem verleende hulp bestaat; dat toch het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van een misdrijf uit den aard der zaak niet enkel bevorderlijk kan zijn aan een reeds door den dader proprio intellectu beraamd misdrijf, maar ook het plan daartoe bij hem kan doen rijpen en hem bovendien de uitvoering daarvan kan vergemakkelijken;

O. hieromtrent dat in het vonnis, bij het bestreden arrest bevestigd, de dagvaarding zoodanig is uitgelegd, dat de beklaagde (nu gereq.) door te handelen gelijk hij deed aan A. van I. raad en inlichtingen heeft verschaft omtrent de door dezen te plegen misdrijven en dat de beklaagde daardoor medeplichtig is aan die misdrijven;

dat bij het vonnis wijders wordt overwogen, dat voor medeplichtigheid aan een misdrijf wordt vereischt dat een ander het plan tot het misdrijf heeft gevormd en dat hij, die tot het plegen van het reeds beraamde misdrijf medewerkt op een der wijzen in art. 48 Strafrecht omschreven, daaraan medeplichtig is;

dat blijkens het vonnis uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken, dat toen beklaagde raad en inlichtingen aan A. van I. verschafte, deze reeds het plan gevormd had tot het plegen van een der misdrijven, noch dat, toen het plan bij van I. tot rijpheid was gekomen, de beklaagde is voortgegaan om door het geven van inlichtingen het gelukken van het plan te bevorderen, waarop ontslag van rechtsvervolging is uitgesproken zooals aan het hoofd van dit arrest vermeld is;

O. dat hierdoor de door den req. voorgedragen schending van de door hem aangehaalde artikelen niet heeft plaats gevonden;

O. toch, dat de strafwet bij de behandeling der „Deelneming aan strafbare feiten'' in den Ven titel van het eerste boek onderscheiden heeft tusschen daders van een strafbaar feit en medeplichtigen aan een misdrijf;

dat als daders van een strafbaar feit door de wet beschouwd worden niet alleen zij, die het feit plegen, doen plegen of medeplegen, maar ook zij die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding het feit opzettelijk hebben uitgelokt — auctores intellectuales;

dat de wet als medeplichtigen aan een misdrijf strafbaar stelt, hen die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf en hen, die