Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. hieromtrent: dat het feit, zooals het ten laste is gelegd valt in de strafbepaling van art. 205 der meergenoemde Alg. Wet;

dat toch de invoer van varkens krachtens de bepaling van art. 1 van het K. B. van 14 Aug. 1888 (S. 142), uitgevaardigd krachtens art. 15 der wet van 20 Juli 1870 (S. 131) is verboden en art. 205 der Alg. Wet strafbaar stelt met eene gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of geldboete van hoogstens f 50 frauduleusen invoer van goederen ten in- of

uitvoer verboden;

dat nu wel bij de toelichting van het middel beweerd wordt dat art. 205 der Alg. Wet, blijkens de considerans, alleen betrekking heeft op goederen waarvan de invoer bij belastingwetten is verboden, doch deze bewering niet kan opgaan, niet alleen omdat zij in geen enkele bepaling dier wet steun vindt, maar ook omdat uit de algemeenheid der uitdrukking „hunne in-, op- of bijhebbende ladingen of vrachten" in het le lid van dat artikel en de algemeenheid der omschrijving, van hetgeen onder die ladingen of vrachten verstaan wordt als: „alle vervoer of transporten van goederen ten in- of uitvoer verboden", in het 4e lid van dat artikel, volgt dat dit artikel ook betreft goederen, waarvan de invoer door andere dan belastingwetten en op welken grond ook verboden is, terwijl de considerans der wet hieromtrent geen uitsluitsel geeft;

dat het ten laste gelegde feit eveneens valt in de strafbepaling van art. 35 der wet van 20 Juli 1870 (S. 131), alwaar, in verband met het voornoemd K. B. van 14 Aug. 1888, tegen dat feit bedreigd wordt hechtenis van ten hoogste één jaar, of geldboete van ten hoogste f 500;

dat zich derhalve hier het geval voordoet voorzien bij art. 55, le lid Strafr., dat een feit in meer dan eene strafbepaling valt, in welk geval slechts eene dier bepalingen wordt toegepast, en bij verschil die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld, hetgeen hier is, volgens art. 61 Strafr. de bepaling van art. 205 Alg. Wet;

dat het geval van art. 55, 2e lid Strafr. hier niet aanwezig is, omdat, zooals het Hof terecht overweegt de in dat 2e lid bedoelde verhouding van bijzondere tot algemeene strafbepaling niet ontstaat doordat het delictsobject van de eene strafbepaling een species is van de andere bepaling, maar dat vóór alles al de kenmerken van eene strafbepaling (de algemeene) moeten worden teruggevonden in eene andere (de bijzondere), welke laatste dan daarenboven nog een of meer andere kenmerken bevat;

dat hier evenmin is een concursus van art. 35 der Veewet en art. 38 j°. art. 143 Alg. Wet, zooals bij de toelichting van het middel beweerd wordt, daar het ten laste gelegde feit bestaat in invoer buiten route of heerbaan van ten invoer verboden goederen;

O. dat uit het bovenstaande volgt, dat het Hof de vraag, welke strafbepaling op het ten laste gelegde feit toepasselijk was, terecht heeft getoetst aan art. 55 le lid Strafr., en, aangezien bij art. 205 der Alg. Wet