Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijftig cent, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door hechtenis van één dag; Verwerpt voor het overige het beroep.

Ned. Jur. 1932, bl. 1268.

51 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 24 October 1932.

Art. 55 W. v. Str.

Aanrijding met auto van twee fietsers met doodelijk gevolg voor den een en letsel voor den ander. De geheel in het gevolg opgaande „feiten" kunnen niet als één feit worden beschouwd.

J. C. v. V. is requirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 Mei 1932, in hooger beroep bevestigend, behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de daarvoor opgegeven bijzondere redenen, een door de Arr.-Rechtbank te 's-Gravenhage den 31sten December 1931 gewezen vonnis, waarbij de requirant ter zake van:

1°. „het aan zijn schuld den dood van een ander te wijten hebben"; 2°. „het aan zijn schuld te wijten hebben, dat een ander zoodanig lichamelijk letsel bekomt, waaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening zijner beroepsbezigheden ontstaat", met aanhaling van de artt. 307, 308 en 55 Sr. en art. 31 Motor- en Rijwielwet, is veroordeeld.

De Hooge Raad, enz.;

O. dat aan requirant bij inleidende dagvaarding is telastegelegd: dat hij op of omstreeks 10 September 1931 te Delft met een door hem bestuurd vierwielig motorrijtuig rijdende over den openbaren rijweg, den Rotterdamschen weg, in de richting naar 's-Gravenhage houdende de rechterzijde van den weg, terwijl voor hem uit reden in dezelfde richting, eveneens houdende de rechterzijde van den weg, de personen genaamd Josephus Johannes van Tongeren, Wilhelmus Petrus Adrianus Kloosterman en Johannes Leonardus Wijnand, ieder als bestuurder van een rijwiel, in elkanders nabijheid, hoogst roekeloos en onvoorzichtig en onoplettend met zijn motorrijtuig die wielrijders inhalende, tegen hen en hun rijwielen is aangereden, tengevolge van welke aanrijding zij zoodanig lichamelijk letsel bekwamen, dat wat van Tongeren betreft,