Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als ééne voortgezette handeling zijn te beschouwen —, door de voornoemde uitspraak dus nóch art. 56 Sr. noch eenig ander der in het middel genoemde wetsbepalingen is geschonden;

dat het middel derhalve is ongegrond;

Verwerpt het beroep. Ned. Jur. 1929, bl. 1156.

54 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 17 Mei 1909.

Art. 57 W. v. Str.

De vraag, of bij samenloop van strafbare feiten met alternatieve strafbedreiging art. 57 dan wel art. 58 van toepassing is, kan eerst worden beantwoord na 's rechters strafkeuze.

Th. E. M. A. is requirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 21 Jan. 1909, waarbij in hooger beroep, op het daartegen gedaan verzet is bekrachtigd het den 22 Oct. 1908 bij verstek gewezen arrest, bij hetwelk, met vernietiging van een vonnis den 25 Augustus 1908 door de Arrond.-Rechtbank te Arnhem in deze zaak gewezen, en met vrijspraak van een deel der telastlegging, requirant is schuldig verklaard aan 1°. wederspannigheid door twee personen met vereenigde krachten gepleegd; 2°. eenvoudige beleediging aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening zijner bediening, en te dier zake, met toepassing van de artt. 57, 180, 182, 266 en 267 Strafr., veroordeeld.

De Adv.-Gen. Ort heeft de volgende conclusie genomen: Edele Hoog Achtbare Heerenl _ Het bij pleidooi voorgesteld middel van cassatie: „Verkeerde toepassing van art. 57 en schending door niet toepassing van art. 58 beide van het Wetb. van Strafrecht, door, hoewel de requirant is schuldig verklaard aan twee misdrijven, waarop ongelijke hoofdstraffen zijn gesteld, immers op het eene gevangenisstraf en op bet andere alternatief gevangenisstraf of geldboete, niettemin tegen hem één straf, en wel gevangenisstraf, uit te spreken", — is gericht tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem dd. 21 Jan. 1909, houdende bekrachtiging, op het verzet van den thans requirant, van een arrest van dat Hof d.d. 22 Oct. 1908 bij verstek gewezen, waarbij bij ter zake van 1°. wederspannigheid door 2 personen met vereenigde krachten gepleegd en 2°. eenvoudige beleediging aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening zijner bediening, met toepassing van de artikelen 57, 180, 182, 266 en 267 Strafr. is veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf.