Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den 16-jarigen leeftijd door hem, tegen wien het misdrijf werd gepleegd, verloren doet gaan ,en zij derhalve ook na dit tijdstip blijft bestaan;

dat mitsdien bet voorgestelde cassatiemiddel is ongegrond. W. 9630.

56 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 12 December 1904.

Art. 68 W. v. Str.

Het feit zelf moet berecht zijn; het is niet voldoende, dat vonnis is gewezen naar aanleiding van het feit, als door nietigverklaring van de dagvaarding.

1°. J. B. Pzn.; 2°. C. B. Pzn.; 3°. J. M. S., zijn requiranten van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 Juni 1904, waarbij, met ontvankelijk verklaring van den Off. van Justitie te Zierikzee in deze strafvervolging bevestigd is het vonnis der Rechtbank te Zierikzee van 31 Maart 1904, bij welk vonnis de requiranten zijn schuldig verklaard, de eerste en tweede requirant aan „wederspannigheid door twee of meer personen met vereenigde krachten gepleegd", de derde requirant aan „wederspannigheid", en met toepassing van de artt. 180 en 182 Strafr., zijn veroordeeld.

De Hooge Raad, enz.;

Gelet op het middel van cassatie, namens de requiranten voorgesteld bij pleidooi:

Schending of verkeerde toepassing van art. 68 Strafr. in verband met art. 180 Strafr. en de artt. 143 en 216 Strafv., omdat het Hof ten onrechte het O.M. ontvankelijk heeft verklaard in zijne hernieuwde vervolging, niettegenstaande de beklaagden voor diezelfde materieele feiten reeds vroeger hebben terechtgestaan en de destijds over die feiten gevallen beslissing in kracht van gewijsde was gegaan;

Overwegende, dat bij vonnis van de Arrond.-Rechtbank te Zierikzee van 15 Dec 1903 de requiranten zijn schuldig verklaard aan het hun bij dagvaarding ten laste gelegde, dat zij op 26 Oct. 1903 te Tholen, terwijl zij niet op verzoek van den gemeenteveldwachter Kaan en den agent van politie Blaas namens den herbergier P. H. E. tot hen gericht, diens herberg wilden verlaten, en die beambten daarom in de rechtmatige uitoefening hunner bediening hen uit die herberg wilden verwijderen, zich met geweld tegen die beambten hebben verzet en wel J. B. door opzettelijk te rukken en zich op den vloer te laten vallen, C. B. door zich opzettelijk

13