Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M. i. worden bij de verschillende telasteleggingen hier inderdaad twee geheel verschillende gedragingen, die vrij van elkaar kunnen staan aan verdachte verweten. Hij kon de orde verstoren door met den veldwachter te gaan vechten, geheel afgescheiden van de vraag of hij daarbij dien politieambtenaar mishandelde, daarnaast kon hij den veldwachter mishandelen, geheel afgezien van de vraag of hij bij die handeling ook de openbare orde verstoorde. Deze handelingen kunnen geheel los van elkaar worden gedacht.

Ik kan mij daarom niet vereenigen met de overweging der Rechtbank, dat de mishandeling van den Rijksveldwachter waarover bij onherroepelijk gewijsde beslist is, geheel opgaat in de i. c. telaste gelegde verstoring der openbare orde. Hier is m.i. niet sprake van „hetzelfde feit" in den zin van art. 68 Sr.

Ik concludeer derhalve dat het vonnis worde vernietigd, en de zaak worde verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem ten einde op het bestaande hooger beroep te worden berecht en afgedaan.

De Hooge Raad, enz.;

Gehoord het verslag van den Raadsheer Fick;

Gelet op het middel van cassatie door den requirant voorgesteld bij schriftuur, luidende: (zie concL Adv.-Gen.);

O. dat aan den gerequireerde bij inleidende dagvaarding is telaste gelegd: dat hij in den nacht van 24 op 25 September laatstleden omstreeks 12% uur te Brakel in een danstent, staande op het marktplein, zijnde een voor het publiek toegankelijke plaats, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeerde, de orde heeft verstoord door den aldaar aanwezigen Rijksveldwachter Antonie Cornelis den Dunnen tegen de beenen te trappen en met zijn vuist tegen diens borst te slaan, waardoor een wanordelijke toestand ontstond;

O. dat hij bij het vonnis van het Kantongerecht te Zalt-Bommel van 18 November 1931, welk vonnis, na gedaan verzet, bij vonnis van 16 December 1931 is bekrachtigd, met toepassing van art. 426 Sr. is veroordeeld tot zes dagen hechtenis ter zake van: „terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert in het openbaar de orde verstoren";

O. dat het bestreden vonnis onder meer inhoudt:

„Gezien het vonnis van den Politierechter te Tiel de dato 4 November 1931, waarbij Marinus van den B., 47 jaar, geboren te Brakel 21 Januari 1884 en wonende te Brakel, Waalbandijk C. 58, is veroordeeld tot eene geldboete van veertig gulden, subsidiair twintig dagen hechtenis, ter zake van het hem bij dagvaarding mede telaste gelegde feit, „dat hij in den nacht van 24 op 25 September 1931 te Brakel opzettelijk den rijksveldwachter brigadier-titulair, A. C. den Dunnen, die zich alstoen ter surveillance bevond in een voor het publiek toegankelijke danstent, gewelddadig heeft geschopt en geslagen;"