Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechters. Tegen dit arrest heeft de heer req. zich in cassatie voorzien en en als eenig middel aangevoerd: „Schending, door niet-toepassing, van art. 82 Strafrecht''.

De heer req. wijst er in zijne memorie terecht op, dat de veel besproken vraag, welke de beteekenis is der uitdrukking „zwaar lichamelijk letsel" wegens haar nauw verband met de toepassing van art. 86 Strafvord., voor de practijk uiterst belangrijk is, en zijn beroep in cassatie heeft dan ook eigenlijk alleen ten doel door eene beslissing van den hoogsten rechter de bestaande onzekerheid te doen ophouden.

Art. 82 Sw. luidt aldus: „onder zwaar lichamelijk letsel worden begrepen: ziekte, die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongesteldheid tot uitoefening zijner ambts- of beroepsbezigheden en afdrijving of dood van de vrucht eener vrouw. Onder zwaar lichamelijk letsel wordt mede begrepen storing der verstandelijke vermogens, die langer dan 4 weken geduurd heeft".

De redactie van dit artikel in het oorspronkelijk Regeeringsontwerp (art. 89) was een geheel andere. Daar heette het: „Als zwaar lichamelijk letsel wordt aangemerkt ziekte, die geen uitzicht op volkomen genezing toelaat, duurzame ongeschiktheid tot uitoefening van ambts- of beroepsbezigheden, verlies van het gebruik van eenig zintuig, verminking, verlamming of krankzinnigheid en afdrijving of dood van de vrucht eener vrouw". Men had daar blijkens de Memorie van Toelichting, art. 400 C. P. Beige tot voorbeeld genomen, dat in deze bewoordingen is vervat: „Les peines seront un emprisonnement de deux ans a cinq ans et une amende de deux cents francs a cinq cents francs, s'il est résulté des coups ou des blessures soit une maladie paraissant incurable, soit une incapacité permanente de travail personnel, soit la perte de l'usage absolu d'un organe, soit une mutilatwn grave". Op haar afkeurend oordeel omtrent het stelsel van art. 309 C. P. liet de Regeering in de Memorie van Toelichting dit volgen: „Andere kenmerken zijn in art. 89 (nu 82) gekozen, men heeft, op voorbeeld van art. 400 C. P. B., vooral in de duurzaamheid van het gevolg der ondergane rnishandeling een grond tot strafverzwaring gezien. Enkele zeer ernstige soorten van lichamelijk leed G»verlamming, kranloinnigheid § 224 D. Wb.; vruchtafdrijving",) zijn daarnevens met name genoemd, de zwaarte van het gevolg der mishandeling weegt in die gevallen op tegen de onzekerheid of het nadeel blijvend zal wezen".

Volgens het oorspronkelijke Regeeringsontwerp alzoo was „zwaar lichamelijk letsel" een zoodanig, dat van blijvenden aard was.

In het stelsel van dat ontwerp is echter verandering gekomen, of, juister gezegd, dat stelsel heeft voor een geheel ander plaats gemaakt. Ik kan niet beter doen dan woordelijk mededeelen wat daaromtrent in het verslag van de Tweede Kamer voorkomt: „Het artikel leidt tot ongerijmde gevolgen." Het stukslaan van een arm bijv. zal wel zwaar