Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichamelijk letsel zijn en valt toch niet altijd onder het bereik van deze bepaling, daarentegen eene kleine wende aan den pink van een vioolspeler weL De limitatieve opsomming van gevallen is uit den aard der zaak gevaarlijk. Beter is aan den rechter de interpretatie ever te laten van hetgeen onder zwaar lichamelijk letsel in het algemeen moet worden verstaan. Waarcm anders niet opnieuw eene definitie van de woorden der definitie en omschreven wat onder „verminking" of „verlamming" moet worden begrepen? Noodzakelijk is alleen de omschrijving van hetgeen door het gewone spraakgebruik niet ondubbelzinnig wordt verklaard, maar dcor wetsduiding in het begrip wordt opgenomen. Het artikel zou naar die opvatting behooren gelezen te worden: „onder zwaar lichamelijk letsel wordt begrepen" enz., met weglating van de woorden, „verlies van het gebruik van eenig zintuig, verrninking". De Regeering gaf gehcor aan den wensen der Kamer en zóó kwam het tegenwoordige art. 82 tot stand.

Met één oogopslag ziet men de algeheele verandering, die er heeft plaats gehad: geen aanduiding meer van het karakter van zwaar lichamelijk letsel, allerminst eene beperking tot blijvend nadeel; maar de uitlegging geheel in handen gegeven van den feitelijken rechter, met eene verwijzing naar het gewone spraakgebruik en de beslissing aan den rechter in cassatie ontnomen, op welk laatste ook dan ook nog in het Verslag der Eerste Kamer de aandacht werd gevestigd.

Toetst men nu de zooeven vermelde overweging in het vonnis der Rechtbank aan het stelsel der wet, dan is het duidelijk dat zij daarmede in strijd is. Want de Rechtbank wil de beteekenis van „zwaar lichamelijk letsel" ontkenen aan hetgeen daaronder slechts bij wetsduiding begrepen is, in plaats van, naar den wil des wetgevers zich daarvan los te maken en alleen op het gewone spraakgebruik te letten.

Zooals van zelf spreekt, kan de Hooge Raad het beroep als afstuitende op de feitelijke beslissing des rechters, eenvoudig verwerpen, zonder meer. Maar dan is het doel van dit beroep gemist. Spreekt de Raad daarentegen zijn gevoelen uit omtrent de beteekenis der meergenoemde uitdrukking, dan is het te verwachten dat de lagere rechter, al kan zijn vonnis ook op bedoelden grond niet worden gecasseerd, toch zich naar 'sRaads opvatting gedragen Zal.

Wel zal dan nog in vele gevallen verschil blijven bestaan en de eene rechter „zwaar lichamelijk letsel" aannemen waar het volgens den ander niet bestaat; maar dit zal althans gewonnen zijn, dat geen verkeerde maatstaf meer zal worden aangelegd, waarvan het gevolg wezen kan, dat iets, waaraan niemand het karakter van zwaar lichamelijk letsel, naar het gewone spraakgebruik, zal ontzeggen, b.v., zooals in casu, het verbreken van een arm, toch niet als zoodanig wordt aangemerkt.

Gelijk ik reeds zeide, stuit — wat de heer req. zich ook niet heeft verheeld — het middel af op de feitelijke beslissing des rechters, weshalve ik de eer heb te concludeeren tot verwerping van