Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik meen, dat uit het zooeven betoogde volgt, dat dit ook zoo moet zijn, om de bedoeling van den wetgever tot haar recht te doen komen. Het gevorderd opzet brengt overigens mede, dat in elk geval moet blijken, dat de dader de bewustheid had, dat zijne handeling bedoeld gevaar medebracht en daardoor worden dus vanzelf reeds zekere beperkingen aangebracht.

In verband met het in het eerste deel mijner conclusie betoogde, acht ik het cassatieberoep mitsdien ontvankelijk en concludeer ik tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing der zaak naar een aangrenzend Gerechtshof, ten einde op het bestaand beroep te worden berecht en afgedaan.

De Hooge Raad, enz.;

Gelet op het middel van cassatie, door den requirant voorgesteld bij memorie: zie conclusie adv.-gen.;

Overwegende, dat, waar de gerequireerde van het hem te laste gelegde is vrijgesproken, in de eerste plaats dient te worden onderzocht,, of het beroep in cassatie ontvankelijk is;

O. hieromtrent:

dat blijkens het bestreden arrest de gerequireerde was gedagvaard, ter zake dat hij te Amsterdam in de maand Juni 1915, terwijl er een oorlog werd gevoerd onder meer tusschen Duitschland en OostenrijkHongarije eenerzijds en Groot-Brittanië en Ierland, Frankrijk, België en Rusland anderzijds, in welken oorlog Nederland niet was betrekken, opzettelijk eene handeling heeft verricht, waardoor de onzijdigheid van den Nederlandschen Staat in gevaar werd gebracht door opzettelijk in het tweede blad van het avondblad van 16 Juni 1915 van het te Amsterdam verschijnend dagblad „de Telegraaf", waarvan hij de hoofdredacteur was, onder een ingezonden stuk op te nemen of te doen opnemen een door hem gesteld onderschrift, waarin de navolgende zinnen voorkwamen:

„In het centrum van Europa bevindt zich een groep gewetenlooze schurken, die dezen oorlog veroorzaakt hebben. In bet belang van de menschheid, waartoe ons land, als wij ons niet te zeer vergissen, ook behoort, is het zaak, dat deze misdadigers onschadelijk worden gemaakt.

„Deze eervolle taak hebben de geallieerden, zoodat zij ook zeer direct oorlogvoeren voor het Nederlandsch belang bij uitmuntendheid, onze onafhankelijkheid, waarmede het onherroepelijk gedaan is, als het Duitsche militairisme wint. Tegen deze misdadigers gaat onze strijd, tegen hen roepen wij de onafhankelijkheidszin van ons volk in het geweer; tegenover hen stellen Raemakers en Girn het Geweten en het Recht, geeselen wij den angst en de kleinzieligheid van de moreelneutralen, en de verachtelijkheid der onder Pruisische censuur staande