Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 9 Maart 1903.

Art. 131 W. v. Str.

In het woord opruiing ligt opgesloten het opzet, dat is het willens en wetens aanhitsen tot strafbare feiten.

H. A. M. H. is requirante van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 Nov. 1902, waarbij werd bevestigd een vonnis van de ArroncL-Rechtbank te Amsterdam van 25 Sept. 1902, bij welk vonnis zij is schuldig verklaard aan het in het openbaar bij geschrifte tot eenig strafbaar feit opruien.

De Hooge Raad, enz.;

Gelet op de middelen van cassatie, namens de requirante voorgesteld bij pleidooi:

L Schending of verkeerde toepassing der artt. 143, 211, 214, 216, 221,247 Strafvord., 131 Strafrecht, doordien het Hof ten onrechte heeft beslist, dat de telastelegging van „het doen opnemen van eenig geschrift, waardoor requirante heeft opgeruid" daarstelt de imputatie van het misdrijf van opruiing;

II. Schending of verkeerde toepassing derzelfde artikelen en van art. 403 Strafvord., doordien het Hof als bewijsmiddel heeft gebezigd de bekentenis van requirante, ofschoon die bekentenis inhoudt „dat zij dit geschrift aan den redacteur van genoemd blad F. Domela Nieuwenhuis heeft ter hand gesteld om het in dat blad te doen opnemen", waaruit noodwendig volgt, dat niet requirante, maar gezegde redacteur het geschrift heeft doen opnemen;

III. Schending of verkeerde toepassing derzelfde artikelen en van art. 47 Strafrecht, doordien niet is te laste gelegd door wien requirante het geschrift heeft doen opnemen en doordien het Hof niet heeft onderzocht of niet hij die het geschrift opnam öf zelf strafrechtelijk aansprakelijk was, dan wel was een manus ministra of uitgelokt tot opnemen;

IV. Schending of verkeerde toepassing der sub I genoemde artikelen, doordien niet blijkt op grond van welke bewijsmiddelen het Hof het opzet van requirante om het artikel te doen opnemen bewezen acht, zijnde aan requirante ook niet ten laste gelegd een opzettelijk doen opnemen;

V. Schending of verkeerde toepassing derzelfde artikelen, doordien het Hof de in de dagvaarding geïncrimineerde zinsnede heeft geacht