Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat tevergeefs hiertegen wordt aangevoerd, dat deze wetsbepaling de middelen geheel onvermeld laat, maar als kenmerk der verboden vereeniging aangeeft, dat zij tot doel heeft ongehoorzaamheid aan of overtreding van de wet of eene wettelijke verordening;

dat toch waar bij de omschrijving van het einddoel der vereeniging op den voorgrond wordt gesteld, dat haar taktiek is eene revolutionaire en zij dan ook niet zal schromen ter bereiking van dat einddoel ook die middelen aan te wenden zonder welke het niet wel bereikbaar is, — namelijk onwettige en gewelddadige — het niet twijfelachtig is, dat zij, middeUijk of onmiddellijk, ongehoorzaamheid of overtreding van de wet tot doel heeft;

O. dat hierin geen verandering wordt gebracht door de omstandigheid, dat in de motie, door de goedkeuring der afdeelingen, gelijk feitelijk is beslist, een besluit der vereeniging geworden, tot geen enkel bepaald strafbaar feit wordt aangespoord, daar voor het wezen eener uit kracht van art. 3 no. 1 in verband met art. 2 der wet van 22 April 1855 verboden vereeniging niet noodig is, dat zij tot doel heeft de ongehoorzaamheid aan of overtreding van bepaalde wettelijke voorschriften, maar het daartoe voldoende is, dat zij zich voorstelt gehoorzaamheid te weigeren aan de wet, die der bereiking van haar einddoel in den weg staat, of die wet te overtreden;

O. dat, vermits uit al het voorgaande volgt, dat de aard van den sociaaldemocratischen bond, gelijk deze, volgens de in cassatie vaststaande feitelijke beslissing, blijkt uit de door het „referendum" goedgekeurde motie, dien bond doet kennen als eene met de openbare orde strijdige vereeniging, eene afzonderlijke wederlegging van het vijfde en laatste onderdeel van het namens de mede-requiranten voorgestelde middel onnoodig is;

Gezien art. 370 Strafvord.;

Verwerpt de beide beroepen;

de kosten in cassatie gevallen te dragen door den Staat. W. 6585.

64 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 22 December 1919.

Art. 141 W. v. Str.

Openlijke geweldpleging is die, welke inbreuk maakt op de openbare orde, de force ouverte van art. 440 Code Penal.