Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bepaalt dat die boete bij gebreke van voldoening binnen twee maanden, nadat dit arrest kan worden ten uitvoer gelegd, zal worden vervangen door hechtenis van tien dagen;

Verwerpt overigens het beroep.

W. 9896.

67 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 25 April 1916.

Art. 177 W. v. Str.

De in art 177 Swb. gebezigde uitdrukking „eene gift doen" heeft eene andere beteekenis dan die van enkel schenken uit vrijgevigheid, doch omvat elk overdragen aan een ander van iets, wat voor dezen waarde heeft, mits gedaan met het in dit artikel omschreven oogmerk.

G. Th. H., is requirant van cassatie tegen een ten zijnen laste gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van den 19 Jan. 1916, waarbij in hooger beroep is bevestigd een vonnis van de Arrond.Rechtbank te Rotterdam van 30 Nov. 1915 waarbij hij, met vrijspraak van hetgeen hem anders of meer is ten laste gelegd dan bewezen is verklaard, is schuldig verklaard aan: „het eenambtenaareen gift doen met het oogmerk hem te bewegen in zijne bediening in strijd met zijn plicht iets na te laten" en deswege met toepassing van de artt. 177 aanhef en sub 1°, 10 Strafr. en 143 der wet van 26 Aug. 1822 (Stbl. no. 38) is veroordeeld.

De Hooge Raad, enz.;

Overwegende, wat betreft het bij het tweede cassatiemiddel primair beweerde, dat, waar de Rechtbank in het bij het bestreden arrest bevestigde vonnis als bewezen heeft aangenomen, „dat beklaagde

aan ieder der commiezen der Directe belastingen, Invoerrechten en

Accijnzen A. v. D. en P. J. de B / 500 heeft

geschonken met het oogmerk om hen te bewegen in hunne bediening in strijd met hun plicht niet te verhinderen" wat dan nader wordt omschreven, dat college ook met recht op dit bewezene art. 177 aanhef en sub 1° Strafr. toepasselijk heeft verklaard, daar het bewezene oplevert „het aan een ambtenaar een gift doen met het oogmerk hem te bewegen in zijne bediening in strijd met zijn plicht iets na te laten"; *