Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappen deze vogel overigens bekend sta, niet tot die dieren behoort;

dat waar dit zoo in de bij het bestreden arrest bewezen verklaarde omstandigheid, dat de in de dagvaarding genoemde ambtenaar meermalen voor kraai wordt uitgemaakt, en dit woord dus als scheldnaam tegen hem gebezigd wordt, niet afdoende is, omdat een woord, dat noch in zijn gewonen, noch in overdrachtelijken zin beleedigend is, dit niet wordt, doordat men het bezigt als scheldwoord en dus met het opzet om te beleedigen;

O. mitsdien, dat het middel van cassatie is gegrond, terwijl het bewezen verklaarde feit ook niet valt onder het bereik van andere dan de daarop door Rechtbank en Hof toegepaste strafbepalingen;

Vernietigt het arrest door het Gerechtshof te Arnhem, den 2den Jan. 1902 in deze zaak gewezen;

Ten principale recht doende op het bestaande hooger beroep uit kracht van art. 105 R. O. in verband met art. 247 Strafvord.;

Vernietigt mede het vonnis door de Arrond.-Rechtbank te Zutphen, den 13den Nov. 1901, in deze zaak gewezen;

Verklaart het daarbij ten laste der requiranten bewezen verklaarde feit niet strafbaar;

Ontslaat hen te dier zake van alle rechtsvervolging.

W. 7764.

ART. 287 W. v. STR. Zie H. R. 11 Januari 1915, No. 4.

ART. 289 W. v. STR. Zie H. R. 19 Juni 1911, No. 3.

76 ARRONDISSEMENTS-RECHTBANK ALMELO. Zitting van 28 April 1925. Art. 290 W. v. Str.

Kinderdoodslag. — Causaal verband.

(Beklaagde is gedagvaard ter zake: „dat zij te Losser op 14 Februari 1925, in ieder geval omstreeks dien tijd, in de woning harer ouders: