Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Officier van Justitie, tegen:

1. E. M.; 2. A. S. De Rechtbank, enz.;

Gehoord de vordering van den Officier van Justitie, strekkende: „tot veroordeeling van beide beklaagden tot eene gevangenisstraf voor den tijd van drie maanden, met ontzegging van het recht om bij de politie te dienen voor den tijd van twee jaren";

Gehoord de beklaagden, in hunne verdediging M. bijgestaan door den advocaat Mr. H. P. Marchant en S. bijgestaan door den advocaat Mr. W. F. C. Baars;

Overwegende, dat de beklaagden zijn gedagvaard om te worden gehoord en te antwoorden op de aanklacht:

E. M.: als zoude hij te Rotterdam in of omstreeks den nacht van 13 op 14 Juni 1925, terwijl hij als dienstdoend inspecteur van politie eenige verdachte personen achtervolgde, althans trachtte op te sporen ter uitvoering van zijn voornemen om een persoon, die zich ophield achter een deur, althans achter een gedeeltelijk vernielde deur, welke zich bevond aan het einde van eene passerelle in de Maalderij van Van der Meer en Schoep, door een schot uit het hem door zijn ambt geschonken pistool, van het leven te berooven, althans hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk gewelddadig daartoe bovenbedoeld met scherp geladen vuurwapen recht voor zich uit in horizontale richting op korten afstand op bovengenoemde deur, waarachter, zooals hij wist, zich een persoon, welke later bleek te zijn Gerrit Ambrosius, bevond, hebben afgeschoten, tengevolge waarvan de afgeschoten kogel die deur doorboorde, zijnde zijn voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijke omstandigheid, dat Ambrosius niet door het schot werd getroffen, althans niet zoodanig, dat de dood of zwaar lichamelijk letsel er het gevolg van was;

A. S.: als zoude hij te Rotterdam in of omstreeks den nacht van 13 op 14 Juni 1925, terwijl hij als dienstdoend agent van politie eenige verdachte personen achtervolgde, althans trachtte op te sporen, opzettelijk een persoon, die later bleek te zijn Gerrit Ambrosius en die zich ophield achter een deur, waarvan eenige stukken uit de paneelen waren verwijderd en welke deur zich bevond aan het einde van eene passerelle in de Maalderij van Van der Meer en Schoep, van het leven hebben beroofd, althans hem opzettelijk zwaar lichamelijk letsel hebben toegebracht, tengevolge waarvan hij is overleden, door opzettelijk gewelddadig een door zijn ambt hem geschonken met scherp geladen pistool op korten afstand van den zich achter die deur bevindenden Ambrosius op dezen af te schieten, tengevolge waarvan Ambrosius door een kogel uit dat vuurwapen in zijn borst werd geraakt, zoodat beide longen doorboord