Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat nu, al kan worden toegegeven, dat alle leed psychisch is, zeer goed kan worden onderscheiden tusschen pijn of ander leed, dat is min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwordingen in of aan het lichaam eenerzijds en de eigenlijk gezegde gemoedsaandoeningen, voor zoover zij leed opleveren; anderzijds, zijnde blijkbaar bij den term „lichamelijk leed" aan de eerstbedoelde gewaarwordingen te denken;

dat derhalve niet alleen het veroorzaken van pijn, doch ook het opwekken van dergelijke„lichamelijke" gewaarwordingen onder omstandigheden „mishandeling" kan opleveren en dit ongetwijfeld zoo is in een geval als dit, waarin is telastgelegd en bewezen verklaard, dat de verdachte den getuige Lambert Hooyer opzettelijk met geweld in een kanaal heeft geduwd, ten gevolge waarvan deze geheel nat en koud is geworden;

dat dus ook het tweede middel niet kan opgaan;

Verwerpt het beroep.

80 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 30 Ma 1917.

Art. 310 W. v. Str.

Het oogmerk tot een, zij het ook wederrechtelijk, gebruik van eenig goed brengt niet noodzakelijk mede het oogmerk tot wederrechtelijke toeëigening, hetwelk insluit het oogmerk tot uitoefening der uitsluitende en onbeperkte heerschappij overt het goed.

G. A. M. is requirant van cassatie tegen een te zijnen laste gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van den 7en Maart 1917, waarbij in hooger beroep, behoudens de straf, is bevestigd een vonnis der Arrond.-Rechtbank te 's-Gravenhage van 28 Dec 1916, bij hetwelk requirant als schuldig aan: „diefstal" en „verduistering door dengene, die het goed uithoofde van zijne persoonlijke dienstbetrekking onder Zich heeft" met toepassing der artt. 57, 310, 321 en 322 Strafr., is veroordeeld.

De Hooge Raad, enz.;

Overwegende, dat bij het in zooverre bevestigde vonnis ten laste van requirant bewezen is verklaard — met vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde, voor zoover althans aan 's rechters oordeel onderworpen —, dat requirant met het oogmerk zich die stukken wederrechtelijk toe te eigenen, heeft weggenomen een drietal stukken, bij dagvaarding onder 1°, 2° en 3° letterlijk weergegeven, welke stukken toebehoorden