Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 310 W. v. STR. Zie H. R. 28 Juni 1920, No. 36.

ART. 310 W. v. STR. Zie H. R. 28 Februari 1921, No. 43.

81 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 23 Mei 1921.

Art. 310 W. v. Str.

Electrische energie is een goed, vatbaar voor wegneming.

A. M. M. is requirant van cassatie voor zoover bij daarbij veroordeeld is tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, van den 26en Jan. 1921, waarbij in hooger beroep, behalve ten aanzien der qualificatie van hetgeen ten laste van requirant werd bewezen verklaard, een vonnis van de Arrond.-Rechtbank te 's-Gravenhage, van den 3en Nov. 1920, is bevestigd, bij welk vonnis requirant, met vrijspraak van een deel van het hem ten laste gelegde ter zake van „diefstal'', met toepassing van art. 310 Strafr., werd veroordeeld en, met vernietiging in zooverre van het vonnis, waarvan hooger beroep, en met toepassing mede van art. 57 Strafr., het bewezen verklaarde is gequalificeerd als „diefstal, meermalen gepleegd".

Uit de conclusie van den adv.-gen. Besier: Edele Hoog Achtbare Heerenl

Het vierde middel heeft betrekking op de hoofdzaak en luidt:

„Schending van art. 310 Strafr., in verband met de artt. 211, 216 en 247 Strafv., doordien en voor zoover het Hof heeft bevestigd het vonnis der Rechtbank, waarbij:

1°. „electrische energie", opgewekt door de electrische centrale der gemeente 's-Gravenhage, is verstaan als „eenig goed", bedoeld in art. 310 Strafr., toebehoorende aan die gemeente;

2°. het gebruiken door beklaagde van „electrische energie", welke de gemeente 's-Gravenhage hem, als aangesloten bij het net van hare electrische centrale, in zijne woning toevoerde en leverde, te qualifi-