Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelet op de middelen van cassatie, namens den requirant voorgesteld bij pleidooi:

V. Schending of verkeerde toepassing der artt. 321 en 322 Stratr., doordat het Hof blijkens het arrest aanneemt „dat opzettelijke wederrechtelijke toeëigening ook aanwezig is in die gevallen, waar door verpanding, in prolongatie geven of beleening over pandbrieven of andere effecten werd beschikt, daar immers in dit aldus beschikken reeds eene daad van strafbare toeëigening is gelegen, en een weer inlossen of verruilen van het onderpand aan het reeds gepleegde misdrijf zijn strafbaar karakter niet ontneemt".

VII. Schending of verkeerde toepassing van art. 322 Strafr. j» de artt. 1583, 1585 B. W. en de artt. 44 en 45 W. v. K., doordat het Hof besliste, dat de Wetgever met de uitdrukking persoorüijke dienstbetrekking van art. 322 Strafr. iets anders en iets meer heeft willen zeggen, dan hetgeen in het B. W. huur van diensten werd genoemd, en met die uitdrukking ook het oog heeft gehad op de voortdurende en vaste relatie van den Directeur tot de door hem vertegenwoordigde Naamlooze Vennootschap — ook al mag die relatie naar civielrecht als die van lastgeving zijn op te vatten.

Overwegende, dat bij het bestreden arrest ten laste van den requirant als bewezen is aangenomen: . _

dat hij te Amsterdam, tegen vast traktement directeur zijnde van de naamlooze vennootschap „Hollandsche Hypotheekbank" gevestigd aldaar, en als zoodanig belast met haar bestuur en beheer, opzettelijk wederrechtelijk zich heeft toegeëigend aan die vennootschap toebehoorende gelden, welke hij uithoofde zijner voormelde persoonlijke en gesalarieerde dienstbetrekking als directeur dier vennootschap — anders dan door misdrijf — onder zich had, als: kasgelden dier vennootschap;

gelden, hem in voormelde dienstbetrekking ten behoeve van genoemde Hypotheekbank ter hand gesteld namens P. K. J. P., medelid van de vennootschap onder de firma A. C, ter aflossing eener door deze firma bij de Hypotheekbank gesloten prolongatie;

gelden, hem in gezegde dienstbetrekking ter hand gesteld onderscheidenlijk door de bediende der Holl. Hypotheekbank H. J. en J. L., die deze gelden hadden ontvangen ten kantore der firma P. en Zoon, als betaling op door de naamlooze vennootschap „Nationaal Grondbezit" aan de order der Holl. Hypotheekbank getrokken wissels, aan J. en L. door requirant ter incasseering gegeven; zulks alles op de tijden en tot de bedragen in het arrest vermeld; dat hij te Amsterdam omstreeks 29 Juli 1903, tegen vast traktement directeur zijnde en als zoodanig belast met het bestuur en beheer als voormeld, opzettelijk wederrechtelijk zich heeft toegeëigend 5 aan de firma D. U. en Co. toebehoorende 4 pet. certificaten van aandeelen der Illinois Central Spoorwegmaatschappij (Leased Line Stock) elk ad 1000