Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijlen uit den wal, gerekend van de laagwaterlijn, doet anken, daardoor ook dat vaartuig onbruikbaar, dat is voor verder gebruik ongeschikt maakt;

dat mitsdien ook dit middel in zijne beide onderdeelen ongegrond is;

Verwerpt het beroep.

W. 9756.

90 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 27 Jtdi 1895. Art. 416 W. v. Str. Het bij art. 416 Strafrecht bedoelde opzet is aanwezig ook bij bestaan van eene zoodanige mate van inzicht in de misdadige herkomst van het gekochte, dat het gelijk staat met weten. j F. R. is requirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van den 14 Mei 1895, waarbij is bevestigd het vonnis door de Arrond.-Rechtbank te Amsterdam den 2 April bevorens m deze zaak gewezen, bij hetwelk de req. is schuldig verklaard aan heling, en te dier zake, met toepassing van de artt. 416 Strafrecht, 214, 215 en 219 Strafvord. is veroordeeld.

De Hooge Raad, enz.; .

Gelet op het middel van cassatie, voorgesteld bij memorie, luidende:

Schending van de artt. 247, 143, 211 en 221 Strafvord. in verband met art. 416 Strafrecht, door, zij het ook met enkele wijzigingen, te bevestigen het vonnis der Rechtbank waarbij de bekl. is schuldig verklaard aan het koopen van door misdrijf verkregen voorwerpen, wetende, althans moetende begrijpen, dat die voorwerpen door misdrijf verkregen waren en alzoo is veroordeeld ter zake van eene alternatieve te laste legging zonder dat uit het vonnis blijkt, welke van die twee te laste leggingen als bewezen is aangenomen, terwijl de tweede te laste legging het koopen der voorwerpen, moetende begrijpen, dat die voorwerpen door misdrijf verkregen werden, niet oplevert het bij art. 416 Strafrecht omschreven misdrijf van heling;

Overwegende, dat aan den req. was te laste gelegd, het van zijne medebekl. opzettelijk koopen, inruilen of als geschenk aannemen van verschillende voorwerpen, ofschoon hij wist, althans begrijpen moest en begreep, dat die voorwerpen door haar door misdrijf waren „verkregen'; dat bij het door het beklaagde arrest bevestigde vonnis ten laste des req.s, met vrijspraak van hetgeen hem meer of anders is te last gelegd, bewezen is verklaard, dat hij „kocht van de eerste bekl. een deel der door haar aan getuige J. S. ontvreemde gasgloeüichtkousjes en kronen, wetende, althans moetende begrijpen, dat die voorwerpen door de eerste bekl. door misdrijf waren verkregen"; dat het Hof zich met het vonnis, voor zoover daarvan

20