Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gezien art. 370 Strafvord.}

Verwerpt het beroep en veroordeelt den req. in de kosten daarop gevallen.

W. 6709

91 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 28 October 1918.

Art. 416 W. v. Str.

Voor tiet misdrijf van heling vereischt de wet niet de stellige wetenschap, doch is voldoende zoodanig inzicht des daders ten aanzien van de misdadige herkomst van het goed als uit het ,Jbegrijperi' dier herkomst volgt.

A. van D. is requirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 23 Mei 1918, waarbij in hooger beroep, onder gedeeltelijke vernietiging van een vrijsprekend vonnis van de Arrond.-Rechtbank te Tiel van 21 Maart 1918, de requirant werd schuldig verklaard aan: ,,heling" en met toepassing van art. 416 Strafr., werd veroordeeld.

De adv.-gen. Ledeboer heeft de volgende conclusie genomen:

Edele Hoog Achtbare Heerenl Als cassatiemiddel is voorgesteld:

„Schending of verkeerde toepassing van art. 416 Strafr., omdat de requirant is veroordeeld wegens heling, niettegenstaande is verklaard niet bewezen dat beklaagde heeft geweten dat het meel door misdrijf was verkregen."

Bij het bestreden arrest is bewezen verklaard, dat requirant op 3 Jan. 1918 te Est, gemeente Est en Opijnen, opzettelijk eene hoeveelheid meel heeft gekocht van J. G., begrijpende dat dat meel door misdrijf was verkregen. In de dagvaarding was gesteld dat beklaagde dat meel zou hebben gekocht, wetende althans begrijpende de misdadige herkomst. Het arrest overweegt dienaangaande nog, dat niet is bewezen, dat beklaagde heeft geweten, dat het meel door misdrijf was verkregen.

Waar nevens elkander, en in zekere mate als tegengesteld, in de dagvaarding wordt gesproken van „wetende althans begrijpende", zal men bij de eerstbedoelde uitdrukking moeten denken aan de meest stellige wetenschap, die de mogelijkheid van dwaling menschelijkeiwijze Uitsluit en bij de laatstbedoelde aan eene zoodanige overtuiging van beklaagde voor Zich; die voor hem met wetenschap is gelijk te stellen, hoewel objectief bij de gronden, die tot die overtuiging leidden, dwaling niet absoluut was uitgesloten. Dit is ook kenlijk de opvatting geweest van het Hof. Aannemende nu, dat de misdadige herkomst werkelijk bestaat, is