Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

qualificatie of waardeering zijn, maar evenzeer een feitelijke beteekenis hebben en met voldoende duidelijkheid aangeven, waarin de schuld aan het gebeurde bestaat, terwijl het volgens dat arrest dan ook niet noodig is, dat de dagvaarding aangeeft, waarin de roekeloosheid of onvoorzichtigheid heeft bestaan, wat alleen zou zijn een meer uitvoerige vermelding der omstandigheden, waaronder het te laste gelegde feit zou zijn gepleegd, eene vermelding, die echter niet op straffe van nietigheid wordt gevorderd. Hetzelfde moet hier gelden.

Ik concludeer, dat het bestreden arrest zal worden vernietigd, doch alleen voor zoover daarbij het te laste gelegde en bewezen verklaarde feit niet strafbaar is verklaard en beklaagde te dier zake van rechtsvervolging is ontslagen, dat, met aanhaling der artt. 23 en 4176Ü Strafr., daaraan zal worden gegeven de benaming: het koopen van een voorwerp en het daarbij aan zijne schuld te wijten hebben, dat zijne handeling een door misdrijf verkregen voorwerp betreft en dat de beklaagde te dier zake zal worden veroordeeld tot betaling eener geldboete van ƒ 25, bij niet betaling te vervangen door hechtenis van vijftig dagen, met bevel tot teruggave van de 200 rentezegels van ƒ 0.60, die als stukken van overtuiging hebben gediend, na verloop van acht dagen, nadat het arrest in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, aan de gemeente Deventer.

De Hooge Raad, enz.;

Gelet op het middel van cassatie, door den requirant voorgesteld bij memorie: zie conclusie adv. gen.;

Overwegende, dat aan den gerequireerde bij inleidende dagvaarding is ten laste gelegd, dat bij op 3 Oct. 1921, te Deventer, van W. F. H., ongeveer 200 rentezegels van 60 cent heeft gekocht, terwijl het aan zijn grove schuld te wijten is geweest, dat hij niet heeft geweten dat die zegels door gezegde H. door diefstal waren verkregen;

O. dat het Hof bij het bestreden arrest het aan gerequireerde bij dagvaarding ten laste gelegde, zoomede zijn schuld daaraan, wettig en overtuigend bewezen, doch niet strafbaar heeft verklaard — met ontslag van rechtsvervolging als voormeld —, zulks op grond:

dat het ten laste gelegde en bewezen verklaarde met oplevert een strafbaar feit en speciaal niet eene overtreding van art. 417bis Strafr.;

dat daarvoor noodig zou zijn geweest, dat in de dagvaarding omstandigheden waren Vermeld, waaruit volgt dat het aan beklaagdes schuld te wijten was, dat de bewuste koop op door diefstal verkregen zegels betrekking had;

dat de dagvaarding aan dit vereischte niet voldoet;

dat in het bijzonder niet in de dagvaarding zijn opgenomen de feiten, welke den beklaagde in dezen ruimschoots aanleiding gaven om naar de herkomst der zegels een deugdelijk onderzoek in te stellen,