Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die Bestrafung der Handlung als solcher also der an ihm verübten Rechtsverletzung in ihrer objectiven Gestalt in Antrag zu bringen, und dieser Antrag wird rechtswirksam gegen alle welche als Thater oder Theilnehmer die sagliche Handlung strafrechtlich zu vertreten haben, sowie gegen die Begunstiger. Hat der Antragberechtigte zugleich ein bestimmte Person als der That verdachtig bezeichnet und die Strafantrag ausdrücklich gegen diese Person gerichtet, so erleidet die Wirksamkeit des Strafantrages hierdurch keinerlei Beschrankung."

Ik verwijs ten slotte naar de jurisprudentie, zooals Olshausen die vermeldt, 3e uitg. ad § 61, sub nos. 1, 38, 39, 41, 42 en 44, en naar een arrest te vinden in de reeds meermalen aangehaalde Entsch. des Reichsg. VI, p. 153 van den 1 April 1882, waarbij de Strafsenat besliste dat „rails einmal die strafbare Handlung mit dem Antrage sie zum Gegenstande der Strafverfolgung zu machen, dem Gerichte manifestiert ist, letzere nunmehr in demjenige Umfange wie der Gesetz verordnet, also gegen alle Betheiligte statt zu finden habe."

Ik meen derhalve, dat volgens het Duitsche en ook volgens ons recht voor een deugdelijke klachte, die het Openb. Min. tot het instellen der strafactie bevoegd maakt, niet anders wordt vereischt dan de aangifte van een gepleegde strafbare handeling, waaromtrent het verlangen tot het instellen van een vervolging wordt te kennen gegeven of, zooals het laatstelijk geciteerde arrest het uitdrukt, dat „ein Strafantrag materiell nicht anders ist, als der Ausdruck des auf Strafverfolgung gerichteten „Willens" en „das nur dann dasz Vorliegen eines rechtswirksamen Strafantrages zu verneinen ist, wenn dem Antrage solche Zusatx hierzu gefügt sind, welche erkennen lassen dasz der Antragsteller falls ihnen nicht entsprochen werden sollte die Herbeiführung der Verfolgung überhaupt nicht beabsichtigte".

En is er nu eene enkele reden aan te voeren om aan te nemen, dat de wetgever bij misdrijven door de drukpers gepleegd van dien algemeenen regel zou hebben willen afwijken? Ik geloof het in geenen deele. Juist bij misdrijven als deze, bij beleediging door verspreid geschrift gepleegd, Zou strafrechtelijke vervolging in zeer vele gevallen onmogelijk worden wanneer men den klager den eisch stelde, dat hij vooraf had op te geven tegen welke personen hij de vervolging verlangt. Wie de strafrechtelijke aansprakelijke persoon is, zal in dergelijke gevallen meestal eerst uit de instructie kunnen blijken. De wet verlangt alleen dat er eene klacht zij vóór dat het Openb. Min. de publieke actie instelt.

Dit nu is in cara geschied.

In een nummer van De Maasbode kwam een artikel voor, waardoor de klager zich beleedigd achtte — en dat de Rechtbank zelf als „smaadschrift" qualificeert — een artikel „dat hem niet alleen zijn goeden naam, maar, zooals de klachte inhoudt, zelfs zijne betrekking zou kunnen kosten", en bij wendde zich daarop tot den brigadier der marechaussée