Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dit misdrijf nog geen 5 jaren waren verkopen sedert de schuldige eene tegen hem uitgesproken gevangenisstraf wegens wederspannigheid lichamelijk letsel ten gevolge hebbende heeft ondergaan", en requirant met toepassing van de artt. 300, 304 en 422 Strafr. werd veroordeeld doch waarbij beide vonnissen werden vernietigd voor wat betreft deze aan het feit gegeven qualificatie, en waarbij het bewezen verklaarde alsnog werd gequalificeerd als: „mishandeling gepleegd tegen «m ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening zijner bediening";

Gehoord het verslag van den raadsheer Nelisskn;

Gehoord den adv.-gen. Ort, namens den procureur-generaal, m zijne conclusie, strekkende tot verwerping van het beroep;

Overwegende, dat, noch bij de aanteekening van het beroep, noch naderhand, door of van wege den requirant eenige gronden voor dat beroep zijn aangevoerd;

O. ambtshalve:

dat bij de voormelde vonnissen ten laste van den requirant wettig en overtuigend is bewezen verklaard, dat hij op 15 Nov. 1903 te 's-Gravenhage opzettelijk en gewelddadig den agent van politie en onbezoldigd veldwachter der gemeente 's-Gravenhage D. van der Weijden, terwijl deze op de wijze nader bij dagvaarding omschreven bij de overbrenging van een ander aangehouden persoon naar het Cornmissariaat van Politie der 2e Afd. assistentie verleende, slagen met een parapluie heeft toegebracht, terwijl tijdens het plegen van dit feit nog geen 5 jaren waren verkopen, sedert de requirant eene gevangenisstraf ondergaan had tegen hem uitgesproken wegens wederspannigheid Hchameüjk letsel ten gevolge hebbende; welk bewezen verklaarde feit door de Rechtbank is gequalificeerd en waarop zij heeft toepasselijk verklaard de artikelen als in het hoofd van dit arrest is vermeld;

O. dat het Hof de uitspraak des eersten rechters voor het overige bevestigend, ten onrechte deze vonnissen heeft vernietigd voor wat betreft de aan het bewezen feit gegeven qualificatie, en 's Hofs beslissing, dat bij rriishandeling gepleegd onder de verzwarende omstandigheden in art. 304 Strafr. omschreven, herhaling van misdrijf geen grond zou kunnen geven tot verzwaring van straf, is onjuist;

dat immers de wetgever, blijkens de redactie van de artt. 300 en 3u4 Strafr., mishandeling gepleegd tegen de personen of op de wijze m laatstgemeld artikel omschreven, niet als een afzonderlijk misdrijf neert behandeld, doch als het misdrijf van art. 300 onder verzwarende omstandigheden gepleegd; .

dat hij daarbij wegens den meerderen ernst van het misdrijt aan den rechter de bevoegdheid heeft verleend om de in art. 300 bepaalde straf met een derde te verhoogen, doch daardoor de mogelijkheid met heeft uitgesloten, dat ook andere verzwarende omstandigheden op dit in art. 300 gestelde strafmaximum zouden inwerken;