Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 19 Maart 1934.

Art. 45 W. v. Str.

Begin van uitvoering van het misdrijf wil zeggen, dat met het misdrijf een begin is gemaakt, dat een daad is verricht, welke naar de regelen der ervaring — tenzij zich eenige onvoorziene gebeurtenis voordoet — zonder eenig nader ingrijpen van den dader zelf tot het misdrijf leidt.

1. A. M. H., 2, W. C. G. zijn requiranten van cassatie tegen een arrest van het Hof te 's-Hertogenbosch van 18 December 1933, waarbij de beide requiranten zijn veroordeeld.

Uit de conclusie van den Adv.-Gen. Besier:

Bij het bestreden arrest is bewezen verklaard:

1°. dat de verdachte H. op 4 Juni 1933 te Eindhoven, voornemens zijnde opzettelijk brand te stichten in de woning gelegen aan de Ampèrestraat ... aldaar, ter uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf die woning is binnengegaan en opzettelijk met bet vooromschreven doel over brandbare voorwerpen in die woning een zeer brandbare vloeistof heeft uitgegoten in meerdere vertrekken van die woning tot op den zolder met het oogmerk om het daarin te brengen vuur zich vlug te doen verspreiden, terwijl tevens opzettelijk door hem verdachte, vanuit de keuken, loopende naar ieder vertrek in die woning een lont werd aangebracht met het oogmerk om bet aan den aanvang dier lont in de keuken door middel van een zoogenaamd gaspistool daarin te brengen vuur zich spoedig door de geheele woning te doen verspreiden, zulks terwijl door dien brand gemeen gevaar voor goederen te duchten was voor de zich in die woning bevindende goederen en voor de nabijgelegen woningen, zijnde de uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen door de van zijn (verdachtes) wil onafhankelijke omstandigheid, dat hij in zijn misdadigen opzet werd verhinderd vóór het vuur door hem ontstoken was;

2°. dat de verdachte G. begin Juni 1933, toen A. H. voornemens was opzettelijk brand te stichten in de woning gelegen aan de Ampèrestraat... aldaar, bewoond door L. R. en ter uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf op 4 Juni 1933 die woning is binnengegaan en opzettelijk met vooromschreven doel over brandbare voorwerpen in die woning een licht brandbare vloeistof uitgoot in meerdere vertrekken van die woning en een met licht brandbare vloeistof bevochtigde lont door die woning verspreid aanbracht met het oogmerk om het daarin te brengen vuur zich vlug te doen verspreiden, zulks terwijl door dien brand enz. (gelijk onder