Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strafbaarheid der door de verdachten gepleegde feiten, daar, van hoe misdadig opzet deze ook blijk geven, door H. slechts uitgebreide voorbereidmgshandelingen zijn verricht. Immers een werkelijk begin van uitvoering van het stichten van brand kan in zijn handelingen, ook in het betreden der woning, niet worden gezien. Dit zou pas geschied zijn door het trekken aan het touw. Ook onder andere normen kunnen de feiten niet gebracht worden.

Wegens de gegrondheid van H.'s derde middel onder 1°. en van G.'s derde middel concludeer ik, dat het bestreden arrest zal worden vernietigd, voor zoover daarbij het ten aanzien van ieder der verdachten bewezen verklaarde strafbaar is geacht, daaraan benamingen zijn gegeven en te dier zake aan de verdachten straffen zijn opgelegd, dat zal worden beslist, dat het bewezen verklaarde niet strafbaar is en dat de verdachten te dier zake van alle rechtsvervolging zullen worden ontslagen.

De Hooge Raad enz.;

O. dat de Rb., in de toenmaals afzonderlijk behandelde zaken, beide requiranten heeft vrijgesproken, daarbij in de zaak van H. overwegende:

„dat naar het oordeel der Rb. de in de dagvaarding gestelde feiten slechts zijn daden van voorbereiding van een voorgenomen misdrijf, terwijl, ook al zouden die feiten als uitvoeringshandelingen moeten worden beschouwd en derhalve een strafbare poging opleveren, de mogelijkheid niet is uitgesloten, dat er zich omstandigheden hebben voorgedaan, die den verdachte er toe hebben gebracht alsnog terug te treden en af te zien van zijn misdadig plan tot brandstichting";

O. dat blijkens het bestreden arrest het Hof bet bewijs geleverd heeft geacht door de in het arrest opgenomen verklaringen van getuigen en deskundigen, van welke bewijsmiddelen, tot goed begrip van hetgeen door het Hof na de bewezenverklaring is overwogen, de navolgende hier worden vermeld:

verklaring van getuige A. Verbernex dat hij in den avond van 4 Juni 1933 zijn ronde als nachtwaker deed en zoodoende te ongeveer 11.% uur kwam door de Morsestraat en bij de woning van getuige R., welke gelegen is aan de Ampèrestraat no. ..., hoek Morsestraat te Eindhoven; dat hij aldaar eenige menschen zag staan en hoorde dat dezen zeiden, dat het zoo naar benzine rook, en dat de bewoners van gemeld huis weg waren; dat hij toen door een poortje, dat toegang geeft tot de bij gemelde woning gelegen plaats is gegaan en zoo op die plaats kwam; dat hem toen door het openstaande raam van de keuken, in die woning gelegen, een benzinelucht tegemoet kwam; dat bij door gemeld raam die woning is binnen geklommen; dat hij toen zag, dat in de keuken een gascomfoor scheef stond op iets als een kussen en omringd was door verschillende kleedingstukken en stukken papier, terwijl aan het gascomfoor een gaspistool was gebonden; dat aan de haan van dat gaspistool een touwtje was bevestigd,