Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader den lust beneemt om meer dan éénmaal per week naar de stad te gaan. Hij leeft in een andere wereld, die hij zich uitrekent met stukken koper en ijzer, klein gereedschap en een werkbankje. Iedereen heeft in zijn jeugd dingen van geen belang meegemaakt, die schokkender waren dan ik weet niet wat. Wat kindertranen om een doode vogel voor den een zijn, is de vreugde van een ander, die een locomobiel ontmoet. De kleine Ford klimt uit den wagen, waarmede hij op weg is naar de stad en gaat met den machinist praten als een groot mensch. Het is kolossaal! Dit voertuig rijdt zonder paarden. Dat is zijn grootste deugd. Minachtend zal Ford veel later zeggen: „Paarden en koeien zijn uit den tijd, het paard is een onhandige hooimachine van 1 P.K." Zij, die de fluweelen oogen van een raspaard in dithyrambische bewoordingen vergelijken met die van een schoone vrouw, hadden hier wat kunnen leeren. Ford laat zich alles uitleggen, de machinist wijst hem trots hoe de ketting wordt afgenomen, voor men de drijfriem legt. Het vliegwiel maakt 200 omwentelingen per minuut. Achter de machine is een wagen met steenkolen en water, een rijdend reservoir. De machine is boven den ketel, één man, op een platform achter den ketel staande, kan het vuur onderhouden, stoomtoevoer regelen en het apparaat sturen. Ford tracht, als hij weer thuis is gekomen,

Sluiten