Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Achter hem ontspringt een breede vlakte uit een gigantische stapeling van Amerikaansche bouwwerken, over die vlakte stroomt een vloed van krioelende, voortschuivende, stoppende en elkander voorbijrijdende automobielen aan.

Ford besluit: „Dit moeten onze grondbeginselen zijn: goed materiaal, eenvoud, afwerking van den motor zoo goed als maar kan, automatische smering, gemakkelijke transmissie, degelijke afwerking!" Nu glimlacht hij weer, dit is niet de glimlach van de gebenedijde Moeder der Middeleeuwsche schilderijen, die niets ziet dan onzichtbare dingen. Er is veel gewoel en gewemel bij den ingang der twintigste eeuw: een auto door een straat in een stad van China, lage huizen, rechtstandige uithangborden met Chineesche letters. Voorbijrijdende auto's in een subtropische palmenallée. Een auto op een landweg langs hoogopgegroeid suikerriet. Een auto langs een bloeienden boomgaard in Holland. Een auto, die voorthobbelt over een primitieve weg in een tropisch bosch met hanen en ondoordringbare struiken. Een auto, die opklimt tegen een steile helling, tusschen de kale rotsen door. Peinzend herhaalt Ford: „Gemakkelijke smering." Mystiek voegt hij er nog aan toe: „Ik kan het leven niet zien als stilstand, het is een reis, alles vloeit, het leven vloeit." Ford is intusschen tot hoofdingenieur van de

Sluiten