Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ontwikkeling dezer maatschappij blijft ver achter bij die van Ford, in 1913 orengt zij het nog maar tot 7 duizend auto's. En ook de andere concurrent, de Packardfabriek vormt geen ernstige bedreiging. Gevaarlijk voor Ford is de strijd om het Selden-patent. In 1879 vraagt ingenieur G. B. Selden patent aan op een „veilige, eenvoudige en goedkoope weglocomotief van gering gewicnt, gemakkelijk te besturen en sterk genoeg om tegen een niet al te steile helling op te rijden". Zestien jaar later wordt hem dit patent verleend. Het beschrijft een motor, die veel lijkt op die van Otto. Selden verkoopt zijn patent aan een maatschappij, die er de Wintonfabriek een proces mee aandoet. De rechter stelt deze fabriek in het ongelijk. Als dit bekend is koopen 9 fabrieken gezamenlijk de rechten tot uitoefening van het patent, zij richten een vereeniging op. Ford behoort daar niet bij. Het is dan ook de bedoeling hem onschadelijk te maken. In 1903 wordt hij aangeklaagd, een der negen verbondenen eischt, dat hij öf de productie staken zal of toetreedt tot de vereeniging. Ford weigert. Het komt tot een proces. Er is een klein, bijna onneembaar kasteel bezet, waar twee rivieren samenkomen, en de spiedende blik van achter de torenvensters ziet mijlen ver al het glinsteren der vijandelijke wapenen bij den boschrand. achter de weiden, daar waar de heuvelrijen uit de aarde gaan golven, hooger, steeds hooger en

Sluiten