Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo is het leven van John J. Raskob. Het is zeer stil in de kamer. Alleen de beurskoersen tikken, zij tikken de vreugde van een makelaar, die door de groote hall van Wallstreet rent, zij tikken de woedende opstandigheid van kolenwerkers 300 meter onder den grond, zij tikken de tranen af van de kleine Jane — waarom kan zij nu ook die nieuwe hoed niet krijgen, omdat Jack 50 dollar verloren heeft? — zij tikken de zenuwachtige bewegingen van den grootspeculant, die zijn sigaar stukbijt, zij tikken het doffe revolverschot en de knal van een kurk van de champagneflesch.

John Raskob houdt op met werken, riij staart nadenkend voor zich uit. Hij denkt misschien aan William. William was zijn tweede zoon, nu is hij dood, in den zomer vorig jaar bij een auto-ongeval. Maar neen.

Raskob telefoneert. „Koop f zegt hij.

„Koop Koop "Hij noemt een naam,

een gewone hardklinkende Amerikaansche naam. Daarna legt hij den hoorn neer, en ziet op zijn horloge. Ach ja. Vandaag komt zijn vrouw met twee kinderen in de stad om te winkelen. Het is zijn gewoonte om dan vrijaf te nemen en mee te gaan. Beneden, 23 verdiepingen lager gollt het geluid van de straat plotseling over hem heen, als hij de poort uitgaat. Hij heeft twee auto's. Maar meestal gebruikt hij ze met. hij wandelt liever. Zoo ook nu. Langzaam gaat Raskob langs het trottoir.

Sluiten