Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatschappelijk leven van 1880, slechte pompeuze architectuur, valsche kolommetjes, valsche glimlachjes, heeren met snorren en hooge hoeden, ingesnoerde vrouwemiddels en een spiegellijst met krullend verguldsel.

In de balzaal is vreugde. Ford zegt tegen een gast: „Ik verafschuw de jazz. Het is een overblijfsel uit den oorlogstijd." Er zijn verscheidene lieden van over de zeventig aanwezig. Een lid van het orkest is 85. Hij kan dansen en vioolspelen tegelijk.

Den 26sten Mei 1927 heeft een gebeurtenis van eenigszins plechtigen aard plaats. Op dezen dag verschijnt Ford in de Highlandfabriek, waar de 15 millioenste automobiel juist klaar is gekomen. In Dearborn heeft Ford in een van zijn gebouwen een museum ingericht van allerlei soorten voertuigen en gereedschappen, meubelen en muziekinstrumenten. Daarbij is geen historische volledigheid beoogd. Wat door zijn vormen oorspronkelijke denkbeelden van een handwerksman verried, had de voorkeur. In dit museum staan de wagens, waarmede de voortrekkers naar het verre westen togen door de eindelooze prairiën, over de breede stroomen, langs de afgronden der canyons en over de hellingen van de Rocky Mountains, wagens, die door de Indianen beschoten zijn en die verhit werden door kamp-

Sluiten