Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in détails na te gaan, maar het resultaat was, dat België het recht verkreeg voor Belgijsdhe schjepen om te varen tot aan den Rijn, over de Tusschenwateren.

Tea bewijze dat het recht werkelijk dit beperkte karakter had, mogen eenige citaten volgen:

(Brief van de Nederlandsche gedelegeerden aan de Regeering, 15 October 1831): „Het is niet dan met de grootste moeite dat Lord Palmerston zich heeft laten afbrengen van de vordering dat hetgéne in de beruchte 18 artikelen bedongen was omtrent een eventueele toelating der Belgen tot de navigatie op den Rijn, zoude worden overgebracht in de tegenwoordige project-conventie, en men heeft hem ten langen laatste nog moeten toegeven de wederzij dsche onbelemmerde vaart op de takken der Schelde, met het oogmerk dat Belgische schepen zonder over zee te gaan, den Rijn kunnen bereiken".

(Brief van den gedelegeerde Falck aan zijn vriend D. J. van Lennep, 3 November 1831): „Het artikel dat onze vrienden met de grootste moeite en leedwezen hebben ingewilligd is dat nopens de vaart der Belgen op de zijtakken der Schelde en tot aan (niet in) den Rijn. Doch lord Grey was daaromtrent onverzettelijk en de geheele negotiatie heeft dagen achtereen, op dat punt alleen schrap gestaan".

Er ontstond dus een op geenerlei rechtsbeginsel steunend, zeer beperkt. Belgisch recht, waardoor de Nederlandsche havens „gratis benadeeld"

Sluiten