Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1831, zoo omstreeks 1865, zoo ook weer in en na 1919.

Bijzonder gevaarlijk is dat streven in verband met de Pransche politiek, die erop is gericht, den Rijn en het Nederlandsche deltagebied in handen te krijgen. Sedert 1919 is de politieke druk van Frankrijk op Nederland in dit opzicht zeer voelbaar. Evenals België is Frankrijk erop uit Nederlands rechten op Rijn en deltagebied aan te tasten. Een welslagen van dat streven zou de doodsteek voor Nederlands politieke zelfstandigheid en economische welvaart beduiden. Werd een nieuwe Rijnmond naar Antwerpen gegraven, dan zou dat niet enkel een groots economische overwinning van Antwerpen op Rotterdam, maar ook een triomf voor de genoemde anti-Nederlandsche machtscombinatie beduiden. Want zulk een Rijnmond zou voor de politiek van machtsusurpatie in het deltagebied een sterk houvast bieden. En m!en zegge niet dat België momenteel neiging tot toenadering tot Nederland vertoont: in de politiek behoort men ook met andere omstandigheden te rekenen dan met gunstige verschijnselen die men in het heden ziet. En waarvan men de practische waarde voor België's buitenlandsch beleid ook wel eens kon overschatten: wat heeft de „wensen tot toenadering" nog anders opgeleverd dan buitensporige eischen tegen Nederland? Inzake de Antwerpen—Rijnverbinding is Frankrijk, met zijn tegen Nederlandsche rechten gerichte aspiraties de aangewezen bondgenoot voor Bel-

Sluiten