Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iï.

Van alle franje ontdaan komt het betoog in de brochure-Rotsaert hierop neer, dat België tegenover Nederland met betrekking tot de waterwegen een aantal rechten zou hebben, waarin Nederland aan België voordurend te kort doet. De letter der verdragen geeft aan België die rechten wel niet, maar „de geest" der verdragen doet dat wel.

De sedert 1910 bij voortduring gemanifesteerde wensen, dat Nederland zou zijn een aan Belgische belangen dienstbaar gebied, en een aan België schatplichtige staat, is hier blijkbaar de vader der gedachte, dat deze dingen reeds zoo zouden zijn. Indien men zich in België eens goed rekenschap gaf, dat Nederland een zelfstandige en souverelne staat is, dit zelfs was reeds lang voordat de Belgische staat bestond, en indien men eenlgen eerbied had voor de rechten van een ander land, in stede van dit aldoor in een tegenover België minderwaardige positie te wenschen, dan zouden redeneeringen als die van den heer Rotsaert niet licht meer mogelijk zijn.

In 1815 en 1839 dacht men daar wel anders over. De heerschappij der staten over hun grondgebied, thans als „verouderd" genegeerd als deze niet met eigen machtswenschen strookt, was toenmaals het hechte fundament, dat men bij het treffen van internationale regelingen tot basis nam. Geen enkel land, ook Nederland niet,

Sluiten