Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ais Nederland aan België in bepaalde dingen ter

wille ls, het met recht een dergelijke houding ook van België mag verlangen.

Wat de AntwerpenJRünverbinding betreft: geen enkele staat heeft een recht op een verbinding over het grondgebied van een anderen staat, en zoo had geen enkel land, ook België niet, eenige aanspraak op een verbinding van België met den Rijn over Nederlandsch grondgebied. Op den Rijn zelf had en heeft België ook geenerlei aanspraak, evenmin als op de Gouwe, de Theems of de Seine. Daarvan was men zich in de jaren 1830—'39 ook wel ter dege bewust, en slechts op zeer bescheiden schaal heeft België een recht van doorvaart over Nederlandsch gebied gekregen. Voor Nederland beteekende dat een inbreuk op zijn rechten, en het was tot niets meer verplicht, dan wat in de verdragen uitdrukkelijk te lezen stond, n.1. om de doorvaart van Belgische schepen,van Antwerpen komende, over de Tusschenwateren tot aan den Rijn en omgekeerd te dulden. Het was n i mmer verplicht om eenig werk ten behoeve van die scheepvaart uit te voeren, alleen om, indien de vaarweg onbruikbaar werd, een anderen aan te wijzen, hetgeen iets anders is dan een nieuwen weg te maken. Van eenig overleg met, laat staan goedkeuring van, België bij die aanwijzing, of bij het uitvoeren van waterstaatswerken op Nederlandsch gebied, is geen sprake. De Belgische pretentie, dat voor afdamming van het Kreekrak (waarvan de heer Rotsaert de

Sluiten