Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou zijn, juist om de volkenrechtelijke consequenties" - terwijl hij in zijn slotbeschouwing zich aldus uitlaat:

„Nimmer heeft (het ö^^ofscftffc" hp<rfaande Nederlandsch-Belgtscne na SenftT^Jaren of moeilijkheden aan-

van den tekst der Verdragen ookje^aar

ais de hier besprokenen, a priori zeicer niet gegrond is ?" De hier gevolgde gedachtengang ls duidelijk. Terecht stelt de schrijver vast, dat van een internationaal kanaal va'n Antwerpen naar het Hollandsch Diep - want daar gaat het om! door velen volkenrechtelijke gevaren worden geducht. Hij geelt nu een beschrijving van de bestaande regelingen voor andere NederlandschBelgische kanalen, waaruit blijkt, dat deze voor Nederland weinig bezwarend en ongevaarlijk zijn, en eindigt dan met de rhetorische vraag, of de vrees voor een Moerdijkkanaal dus wel gegrond is. Van den lezer wordt verlangd, dat hij uit het door den schrijver gegeven overzicht van de bestaande regelingen wel zoo goed zal willen zijn . om de conclusie te trekken, dat de bezwaren tegen een Moerdijkkanaal niet gefundeerd zijn.

In plaats van een rhetorische vraag, die niets bewijst, ware hier voorzeker niet misplaatst geweest een uiteenzetting, waarom naar des

Sluiten